Programmatorenpraktijken #8: Relevantie

Door Michiel Vandevelde, op Thu Aug 28 2025 09:14:00 GMT+0000

Het begrip ‘artistieke relevantie’ duikt overal op: bij programmatoren die zich afvragen of een kunstenaar het nog wel is, of in subsidiedossiers waarin kunstenaars geacht worden hun eigen relevantie te verantwoorden. In het kunstenveld lijkt de vraag naar artistieke relevantie enkel op kunstenaars betrekking te hebben. Maar zijn programmatoren of bepaalde kunstorganisaties altijd relevant?

Vaak hoor ik de verzuchting bij programmatoren dat deze of gene kunstenaar niet meer relevant is. Dat soort commentaar irriteert me steeds meer. Programmatoren, veilig in hun stoel, worden blijkbaar nooit gevraagd de eigen relevantie aan te tonen. Als je als kunstenaar voortdurend iets anders maakt, andere disciplines verkent en andere contexten opzoekt, krijg je het verwijt dat je werk niet consistent en daarom niet leesbaar is. Als je daarentegen een eenduidige signatuur ontwikkelt, waarbij je vasthoudt aan een strakke esthetische en inhoudelijke lijn, krijg je te horen dat je jezelf niet meer heruitvindt en in herhaling valt.

Op zich is er niets mis met het begrip ‘relevantie’. Iets is relevant als het bijdraagt aan het begrijpen of oplossen van een vraag of probleem. Het moet nut hebben of een meerwaarde bieden in een bepaalde context. Wat in West-Europa als relevant wordt gezien, is dat nog niet in Oost-Europa. Relevantie wordt vaak aan urgentie verbonden als het gaat om politieke kunst, maar je kan ook artistiek relevant zijn als er bijvoorbeeld sprake is van vormvernieuwing.

Programmatoren, veilig in hun stoel, worden blijkbaar nooit gevraagd de eigen relevantie aan te tonen.

Binnen de kunsten, waar alles subjectief is, wordt relevantie sowieso snel een glibberige term. Over het algemeen zou je kunnen zeggen dat de kunsten bijdragen aan onze mentale gezondheid, het gevoelsleven, het kritisch denken, kortom: aan het vermogen om onszelf en de wereld om ons heen te verbeelden, ter discussie te stellen en te verdiepen. De kunsten scheppen betekenis, eerder dan eenduidige antwoorden te geven.

Of die betekenis al dan niet relevant is? Tja. Misschien wordt iets pas relevant binnen enkele jaren, of zal het nooit enige relevantie hebben. In het bijzonder in de beeldende kunsten zijn de voorbije decennia bijvoorbeeld talloze vrouwelijke kunstenaars op oudere leeftijd ‘ontdekt’. Was hun werk daarvoor dan irrelevant?

Onlangs zetelde ik in een subsidiecommissie waar een kunstenaar de relevantie van de eigen danspraktijk wilde aantonen door de innovatieve benadering tot muziek. Laat dat binnen de dans nu juist een van de meest platgetreden paden zijn. Voelt het voor de commissie relevant? Nee. Voelt het voor de kunstenaar relevant? Ja. Wie trekt aan het langste eind? Sommige kunstwerken kunnen voor de ene toeschouwer een hele gevoelswereld openen of nieuwe inzichten geven, terwijl het iemand anders totaal koud laat.

De vraag is dan: wie bepaalt of iets relevant is of niet? De programmator, een commissie of het publiek? Er zijn kunstenaars die ontzettend veel publiek hebben, maar door programmatoren niet als relevant worden beschouwd. En kunstenaars die weinig publiek trekken maar voor programmatoren juist wel relevant zijn.

Wie bepaalt of iets relevant is of niet? De programmator, een commissie of het publiek?

Ik denk dat beide ‘typen’ kunstenaars relevant zijn, door elk op hun eigen manier bij te dragen aan de ontwikkeling van de kunsten. De ene door kunst toegankelijk te maken voor een breed publiek en de andere door experimenteler, innovatief werk te maken dat de grenzen van een discipline of vorm opentrekt.

Ik pleit ervoor dat kunstenaars niet moeten aantonen hoe hun project relevant is voor het veld, maar wel hoe het in de eerste plaats relevant is voor de kunstenaar zelf, voor de eigen artistieke praktijk. Tenslotte zit er niemand op jou te wachten − een pijnlijke vaststelling aan het begin van het kunstenaarschap, en vaak ook gedurende de hele carrière. De opdracht is dus je eigen relevantie te creëren. Die ontstaat niet door de goedkeuring van commissies of programmatoren, maar door de moed te hebben in jezelf te geloven. Pas daarna kunnen anderen beoordelen of die intrinsieke motivatie voor anderen voldoende urgentie en diepgang bezit.