Met First Man mikt Damien Chazelle op de maan

Door Sam De Wilde, op Mon Oct 15 2018 22:00:00 GMT+0000

La La Land-regisseur Damien Chazelle stuurde in zijn Neil Armstrong-biopic First Man Ryan Gosling naar de maan, maar hij vergat er wel de Amerikaanse vlag te planten. Of toch niet?

‘Aiming for the moon’. Wie in Amerika ‘mikt op de maan’, streeft naar het hoogst haalbare. Het verhaal over hoe Neil Armstrong de eerste man werd die ook daadwerkelijk op het hemellichaam in kwestie terechtkwam, belandde dan ook niet toevallig in de handen van Damien Chazelle, de 33-jarige regisseur die met het jazzdrama Whiplash (2014) en de musical La La Land (2016) van blinde ambitie nu al de rode draad uit zijn jonge carrière heeft gemaakt.

Damien Chazelle vertelde in oktober aan de Britse krant The Guardian dat hij met First Man graag een film wilde maken die het tegenovergestelde van La La Land was. Op het eerste zicht is de Oscarwinnaar daar ook wonderwel in geslaagd. Waar zijn musical over de romance tussen een ambitieuze actrice en een jonge jazzpianist baadde in kleuren die ons moesten herinneren aan de jaren waarin Technicolor over Hollywood regeerde, is zijn adaptatie van James R. Hansens Armstrong-biografie gekleurd met de gedesatureerde tinten die we als bioscoopbezoekers met meer realisme zijn gaan associëren. En waar La La Land heerlijk overdadig was, is First Man veeleer ingetogen. Dat uit zich ook in de visuele stijl.

De glorieuze glamour van La La Land lijkt lichtjaren verwijderd, maar inhoudelijk is First Man niet meer dan het logische vervolg op de musical.

Chazelle’s ode aan de gouden jaren van de musical eerde de klassieke regel van tapdanswonder Fred Astaire dat je dansers best zo vaak mogelijk ten voeten uit toont, maar Chazelle’s visueel indrukwekkende verslag van de jaren waarin de Apollo 11-missie naar de maan werd voorbereid, is, op het majestueuze einde na, grotendeels gefilmd in krappe close-ups van mannen in te kleine ruimtecapsules, te kleine vliegtuigcockpits, te kleinburgerlijke huizen en te smerige NASA-toiletten. De glorieuze glamour van La La Land lijkt lichtjaren verwijderd, maar inhoudelijk is de ruimtevaartfilm niet meer dan het logische vervolg op de musical.

Ryan Gosling in First Man

Een hoger doel

Volgens Chazelle is First Man, net als La La Land en Whiplash, simpelweg een film over het waarmaken van dromen. Wat de zelf niet van enige ambitie gespeende filmmaker er dan handig vergeet bij te zeggen, is dat die twee voorgaande prenten gaan over dromers die bereid zijn alles op te geven om hun doel te bereiken. In Whiplash offert de jonge jazzdrummer Andrew (Miles Teller) zijn geestelijke en fysieke gezondheid op om indruk te maken op een te veeleisende leraar, en in La La Land verkiezen de zingende en dansende geliefden Mia (Emma Stone) en Sebastian (Ryan Gosling) hun carrières boven hun relatie.

Chazelle’s protagonisten zijn het soort creatieve individuen van wie de omgeving het obsessieve gedrag weleens door de vingers ziet omdat ze het voor de kunst doen. En omdat de regisseur het bloed, het zweet en de tranen die daarbij vloeien steeds visceraal genoeg in beeld brengt, maar het gedrag erachter nooit echt veroordeelt, suggereren zijn films dat de kapotgedrumde vingers, de geknakte geesten en de gebroken harten er in de kunsten nu eenmaal bijhoren. That’s what it takes.

Wie het wil maken, moet lijden.

Zo ook Neil Armstrong, die, gespeeld door La La Land-ster Ryan Gosling, veruit het meest complexe personage is dat Chazelle al op het witte doek bracht. De ambitie van de ruimtereiziger en maanwandelaar is tegelijkertijd groter en kleiner dan die van zijn voorgangers in Chazelle’s filmografie. Andrew, Mia en Sebastian mogen dan wel dromen van succes in hun respectievelijke disciplines, en bereid zijn om daar alles en iedereen voor te laten vallen, Neil Armstrong wil als eerste man in de geschiedenis landen op een hemellichaam dat gemiddeld 384.450 kilometer van de aarde verwijderd is. Toch niet helemáál hetzelfde als een hele goeie percussionist willen worden. Anderzijds is Armstrongs ambitie minder persoonlijk. Het Apolloprogramma van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA was een nationaal project en de belastingen die erin gepompt werden, de doden die er bij vielen, waren niet allemaal voor Armstrongs rekening.

De space race was een met dodelijke mislukkingen bezaaid hindernissenparcours en Chazelle aarzelt niet om de tegenspoed te tonen.

De astronaut past weliswaar perfect in het rijtje eerzuchtige Chazelle-personages dat we kennen uit zijn vorige films, toch gaat First Man vooral over de ambities van een heel land. En dat die ambities soms met even maniakaal masochisme gerealiseerd worden, maakt de regisseur overduidelijk. De space race was een met dodelijke mislukkingen bezaaid hindernissenparcours en Chazelle aarzelt niet om de tegenspoed te tonen. Zo wordt de ramp met de Apollo 1-capsule, waarbij drie astronauten gruwelijk om het leven kwamen, zonder sensatie maar ongenadig in beeld gebracht.

Net als in Whiplash en La La Land worden de op het altaar van de ambitie gebrachte offers getoond, maar ze worden ook andermaal gepresenteerd als de onvermijdelijke prijs van het succes.

Washington, we have a problem

Een gebrek aan patriottisme valt Chazelle duidelijk niet te verwijten, en toch is dat precies wat hem kort na de Amerikaanse release van First Man overkwam. Dat de filmmaker van het planten van de Amerikaanse vlag geen sleutelscène maakte in zijn film, kwam hem al op kritiek van senator Marco Rubio en op een onvermijdelijke boze reactie van zijn president te staan. ‘I think it’s a terrible thing’, zei The Donald, die zich afvroeg of de makers misschien beschaamd waren over Amerika’s prestatie.

De man die op een dag de leider hoopt te worden van een heuse Space Force, hoeft echter niet te twijfelen aan Damien Chazelle’s liefde voor de klassieke Amerikaanse waarden. De alles verterende ambitie die zich in de dode hoek van de American Dream ophoudt, en waar Trump meer dan eender wie symbool voor staat, huldigt Chazelle al drie films lang met een vuur dat wellicht langer doorwerkt dan een patriottisch shot van de met sterren bezaaide banier die als een tandenstokertje op ’s werelds bekendste gatenkaas wordt geprikt.