Die & hen komen eraan!

Door Bye Bye Binary , op Thu Aug 28 2025 10:00:00 GMT+0000

Het otheren van queer personen als afwijkende wezens kent een lange geschiedenis. Waar het in de negentiende eeuw nog een positieve strategie kon zijn om niet-heteronormatieve personen als ‘buitenaards’ te omschrijven, is het sinds de twintigste eeuw een bron van discriminatie en geweld. In de populaire cultuur worden flamboyante personages bijvoorbeeld vaak als queer villains of monsters voorgesteld. Het collectief Bye Bye Binary gaat op zoek naar disruptieve verbeeldingen en vindt die in een ‘post-binaire’ typografie. In de 'mannelijk-neutrale' taal is de post-binaire typografie het ‘werktuig van de monsters dat de meester en zijn wereld ontregelt.’

Het regime van seksuele differentiatie en genderbinariteit heeft veel raakvlakken met begrippen als ‘othering’ (het anders-maken), ‘alienation’ (vervreemding) en ‘assimilation’ (assimilatie). Die begrippen zijn allemaal gebaseerd op een ‘voortdurende polarisatie die uitgaat van de superioriteit van de ene groep en de inferioriteit van de andere’, schrijft designonderzoekster en kunstenares Ece Canlı in het essay ‘Master’s Tools (DESIGNING AS OTHERING)’ (2021). ‘Die polarisatie wordt in stand gehouden door epistemische, territoriale en lichamelijke controle’ die wordt uitgeoefend door mannen op vrouwen, door cisgender personen op transpersonen, door witte mensen op zwarte mensen, door hetero’s op queer personen, door rijken op mensen in armoede, door mensen zonder handicap op andersvaliden enz. In Classer, dominer (2008) stelt sociologe Christine Delphy dat othering – het proces waarbij de Andere wordt geconstrueerd – de kern vormt van onderdrukkingssystemen. ‘De Andere bestaat niet op zichzelf. Hij is het product van een classificerende praktijk die dominante en onderdrukte groepen expliciet benoemt.’ Sociale categorieën zijn geen vooraf bestaande realiteit die de samenleving enkel moet ordenen, maar politieke constructies die actief worden gevormd om machtsverhoudingen in stand te houden. Van personen wier gender of seksuele identiteit niet conform de norm is, van mensen op de vlucht of mensen die tot een andere cultuur behoren, wordt bijvoorbeeld verwacht dat zij zich aanpassen aan het dominante regime.

Queer alien

De termen ‘uraniërs’ of ‘uranisten’ om homoseksuele personen aan te duiden aan het einde van de negentiende eeuw is een treffend voorbeeld van de geschiedenis van het otheren van queer personen als zogenaamd deviante, vervreemde, ‘omgekeerde’ subjecten. De term ‘uraniër’ duikt op in het werk van de Duitse jurist Karl Heinrich Ulrichs in een reeks essays uit 1864 gebundeld onder de titel Forschungen über das Rätsel der mannmännlichen Liebe. Ulrichs introduceert daarin het idee van een ‘derde geslacht’ en gebruikt het woord ‘uraniër’ om homoseksuele mensen te omschrijven als personen met ‘een vrouwelijke ziel in een mannelijk lichaam’. Met deze voor die tijd militante tekst trachtte hij de rechten van homoseksuele personen te verdedigen. Ulrichs werd kort na de publicatie gevangengezet wegens ‘subversieve activiteiten’. Na zijn vrijlating pleitte hij voor een Duits juristencongres in München tegen de criminalisering van homoseksualiteit. Ulrichs wordt dan ook beschouwd als de eerste persoon in Europa die zijn coming-out publiekelijk deed.

De termen ‘uraniërs’ of ‘uranisten’ om homoseksuele personen aan te duiden aan het einde van de negentiende eeuw is een treffend voorbeeld van de geschiedenis van het otheren van queer personen.

Het verhaal over de geboorte van Aphrodite in Plato’s Symposium inspireerde Ulrichs tot het gebruik van de term ‘uraniër’. In het voorwoord van Un appartement sur Uranus (2019) vertelt Paul B. Preciado het verhaal van Ulrichs en verwijst daarbij naar de Griekse mythologie. Ouranos (de Hemel, Uranus in het Latijn) is zowel de zoon van Gaia (de Aarde), die hem zonder tussenkomst van een ander verwekt, als haar partner. Hij is de vader van de eerste generatie Titanen, maar hij is een wrede vader. Gaia overtuigt haar zoon Kronos om zijn vader te castreren. Uit zijn verminkte geslachtsdelen wordt de godin van de liefde, Aphrodite, geboren. Ulrichs laat zich inspireren door incestueuze en niet-heteroseksuele relaties om vormen van liefde te verdedigen die destijds als ‘tegennatuurlijk’ werden beschouwd, zodat hij lichaam en ziel van elkaar kan loskoppelen en de waardigheid van personen kan opeisen tegenover de wet. Uranisten, zo betoogt hij, zijn noch ziek, noch crimineel. Preciado merkt op dat het weliswaar ‘geen slecht idee [was] om op die manier een vorm van liefde te legitimeren waarvoor je in die tijd terechtgesteld kon worden’, maar het idee dat queer personen zielen zouden zijn die in het verkeerde lichaam opgesloten zitten, bevestigt alleen maar een binaire epistemologie van seksuele differentiatie.

Aphrodite kreeg de bijnaam ‘Urania’ (de Hemelse), en het is precies die naam die Ulrichs inspireert: ‘wat zou kunnen suggereren dat liefde voortkomt uit de ontkoppeling van de geslachtsorganen en het lichaam, uit een verplaatsing en externalisering van de seksuele kracht’. Met andere woorden, uranisten worden uit de liefde geboren die ontstaat ná de castratie van een god. Aan de bekende uitspraak ‘mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus’ zou men dus kunnen toevoegen dat de liefde en uranisten geboren worden uit de verminking van de hemel.

Zo zou er dus een buitenaardse mythologie bestaan rond de oorsprong van niet-heteroseksuele identiteiten. Als het verwijzen naar het buitenaardse voor Ulrichs aan het einde van de negentiende eeuw nog een positieve strategie was om homoseksualiteit te benoemen, dan is het sinds de twintigste eeuw en tot op heden steeds vaker een bron van discriminatie en geweld geworden. Othering effent niet alleen het pad naar pathologiseren, maar ook naar fysieke, sociale en juridische vormen van geweld tegen TPBG-personen,1 tot aan hun strafrechtelijke vervolging toe. In 2025 wordt homoseksualiteit nog steeds als een misdrijf beschouwd in meer dan zestig landen wereldwijd. In een twaalftal daarvan is de doodstraf er wettelijk voor voorzien. De recente opkomst van een fascistisch beleid in zowel de Verenigde Staten als in Europa leidt tot een duidelijke terugval van progressieve inspanningen voor gelijke rechten. Het huidige beleid van de regering-Trump heeft geleid tot een ernstige ondermijning van de rechten van trans*personen in de Verenigde Staten, waaronder hun wettelijke erkenning, toegang tot medische zorg en vrijheid van reizen.2 In het Verenigd Koninkrijk oordeelde het Hooggerechtshof in april 2025 dat de termen ‘vrouw’ en ‘geslacht’ geïnterpreteerd moeten worden volgens het bij de geboorte toegewezen biologische geslacht. Daardoor worden transvrouwen uitgesloten van de wettelijke definitie van ‘vrouw’.

Follofobie

In tekenfilms uit de jaren 1990 worden de meeste personages die seksuele en genderdiversiteit verbeelden, voorgesteld als buitenaardse wezens die op aarde leven en zich verkleden.

Ook al blijven we ons de woorden die ons ooit zijn opgelegd toe-eigenen om het stigma om te keren, blijven termen als ‘uraniër’, ‘gedegenereerde’, ‘omgekeerde’, ‘nicht’, ‘queer’, ‘seksueel deviant’ allemaal pathologiserende labels. Ze zijn bedoeld om onze identiteiten en levens te otheren, en zijn gestoeld op het idee dat wij buitenaards zouden zijn, niet-menselijk, niet-verwant. Daarop wijst ook kunstenaar Jordan Roger in zijn onderzoeksproject Les aliens sont des travelos (2021). Hij analyseert tekenfilms uit de jaren 1990 en merkt op dat ‘de meeste personages die seksuele en genderdiversiteit verbeelden […] worden voorgesteld als buitenaardse wezens die op aarde leven en zich verkleden’: Candy uit Space Goofs, Pleakley uit Lilo & Stitch, Roger uit American Dad, Tinky Winky uit de Teletubbies enz. Die representaties komen vaak voort uit humor en spot, en de figuren delen met elkaar dat ze ‘folles’3 zijn. De figuur van de ‘uranist’ heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het ontstaan van het stereotype beeld van de vervrouwelijkte, excentrieke alien. Zulke populaire beelden legitimeren en normaliseren vormen van queerfobe en specifiek ‘follofobe’ discriminatie. Ze dragen bij aan onze ontmenselijking en maken van ons het onderwerp van spot.

De representatie van queer personen in de popcultuur beperkt zich niet tot het beeld van het ‘verwijfde’ buitenaardse wezen. In de Verenigde Staten wilde men van 1934 tot 1966 een zedelijke cinema creëren met de Hays Code, uit angst voor een massale invloed van cinema op de ‘verspreiding’ van homoseksualiteit. Om die ‘perversiteit’ te bestrijden had de Code als doel alle queer representatie te censureren. Zo ontstond een reeks representaties die gendercodes, flamboyantie en uitbundigheid gebruikten om immorele, perverse en afwijkende personages te creëren: de ‘queer-coded villains’. Door de film Psycho, met de beroemde douchescène waarin Marion Crane wordt neergestoken door Norman Bates, een seriemoordenaar die zich als vrouw verkleedt, werd vanaf 1960 decennialang transidentiteit gelinkt aan mentale stoornissen en psychopathie. David Bowie is de ‘folle’ koning(in) van de goblins in Labyrinth (1985). Voordat ze een heldin wordt, is Xena (the Warrior Princess) een boze butch die Hercules wil doden. In de Powerpuff Girls heeft Hem geen voornaam; hen wordt ontmenselijkt, draagt hoge laarzen, is overdreven opgemaakt en behoudt een baard en duivelse kenmerken. Ursula in Disney’s De kleine zeemeermin, sterk geïnspireerd door dragqueen Divine, blijft decennialang de enige representatie van een dikke, niet-witte vrouw die haar verlangens openlijk toont.

Ursula, The Little Mermaid (John Musker & Ron Clements, 1989), Walt Disney, AA Film Archive, Alamy Stock Photo

Maar nog veel eerder is er al het ‘queer monster’ Frankenstein van Mary Shelley uit 1816. Zij wil anderen angst aanjagen met datgene wat haarzelf angst inboezemt: het monsterlijke lichaam van een ‘freakkind’ dat wordt afgewezen en veracht door diens schepper. Susan Stryker, specialist in trans studies, legt een verband tussen haar eigen translichaam en Frankenstein als belichaming van een ‘minder dan menselijk’ vervreemd zelf. Jack Halberstam, auteur, docent en gender- en cultuurtheoreticus·x, ziet ook waarde in het onderzoeken van monsters: ‘monsters kunnen scherpe kritiek leveren op normativiteit en een queer alternatief bieden, schrijft Halberstam in Queer Art of Failure (2007).

Voordat ze een heldin wordt, is Xena the Warrior Princess een boze butch die Hercules wil doden.

Dit soort queer alternatief biedt de sciencefictionauteur Samuel Delany in Triton (1976), waarin een transheld·in, Bron Helstrom, centraal staat. De roman schetst de planeet Triton als een radicaal libertaire samenleving waar technologie het mogelijk maakt om van uiterlijk, gender of seksuele oriëntatie te veranderen, of om in autonome zones te leven waar de wetten zijn opgeschort. Ïan Larue beschrijft het boek als een verkenning van transidentiteit die ‘volledig ingaat tegen het cliché dat een transpersoon alles in één keer begrijpt en hun “traject” met tromgeroffel aflegt, van de ene naar de andere “oever”, helemaal in lijn met de embryonale en dwingende verwachtingen van de patriarchale samenleving.’ Delany geeft zijn roman de ondertitel An Ambiguous Heterotopia (1976), een verwijzing naar het concept ‘heterotopie’ van Foucault, wat ‘andere plaats’ of ‘plaats van verschil’ betekent. Delany verzint een samenleving waarin alle identiteiten samenleven dankzij een consensus van pluralisme en vrijheid die heteronormatieve assimilatieprocessen doorbreekt. Hij drijft de mogelijkheden van zelfbepaling tot het uiterste, tot het ‘non-gender’.

Post-binair

Sciencefiction is het medium bij uitstek om nieuwe verbeeldingen te creëren, maar ook het zoeken naar nieuwe epistemologieën kan die rol vervullen. In dat brede perspectief, dat openstaat voor disruptieve verbeeldingen, komt het concept ‘post-binariteit’ bovendrijven.

Politiek post-binarisme is een zelfuiting die het mogelijk maakt om te ontsnappen aan het binaire regime van seksuele differentiatie. Het geeft aan dat het mogelijk is de tweedeling te overstijgen dankzij het voorvoegsel ‘post’ (Latijns voor ‘na’). Politiek post-binarisme opent de weg naar nieuwe verbeeldingen die buiten eender welk binair systeem worden uitgevonden en draagt de belofte in zich van een andere wereld: een leven na het patriarchaat, na het ‘cisteem’, na het kapitalisme, na de heteronormativiteit, na het kolonialisme, na het validisme enz.

Canlı formuleert het zo: ‘De voorwaarden voor anders-zijn zijn sterk gebaseerd op binair denken dat lichamen tegenover elkaar zet, hiërarchiseert en van elkaar scheidt.’ Een post-binair politiek standpunt innemen zou dan betekenen dat we in staat zijn lichamen niet langer tegenover elkaar te plaatsen, niet langer te ordenen en te scheiden; dat we eindelijk in staat zijn dat gevoel van ‘angst, onbegrip en ongemak’ (Sara Ahmed, Strange Encounters, 2000) dat ontstaat bij de ontmoeting tussen het Zelf en de Ander opzij te zetten.

In Je suis un monstre qui vous parle (2020) claimt Preciado een positie van radicale exterioriteit tegenover de discursieve regimes van de normaliteit – een exterioriteit die zowel geconstrueerd en opgelegd is als opnieuw toegeëigend en geperformd. Door zichzelf te benoemen als ‘monster’, plaatst Preciado zich in een genealogie van wezens die als afwijkend, onleesbaar, vreemd aan de hegemonische taal worden gezien, en dus politiek gezien vervreemd zijn. Het ‘monster’ bij Preciado is geen pathologisch wezen, maar een lichaam dat weerstand biedt aan de grammatica van de macht, een lichaam dat niet meer kan (of niet meer wil) vertaald worden volgens de normatieve categorieën van gender, seksualiteit, ras of validiteit. Het monster is een centrale figuur van othering: het is diegene die de werking van de norm zichtbaar maakt door eraan te ontsnappen.

Het monster is een centrale figuur van othering: het is diegene die de werking van de norm zichtbaar maakt door eraan te ontsnappen.

De westerse cultuur heeft de figuur van de alien vaak geassocieerd met die van een indringer die onbegrijpelijk zou zijn, de orde zou ontwrichten en chaos zou scheppen. Deze invasiefantasie – die diepe angsten activeert rond het verlies van controle, het verwateren van identiteit en het einde van een vermeende natuurlijke orde – resoneert sterk met het reactionaire discours rond queer identiteit, dat vaak wordt beschouwd als een bedreiging voor de gevestigde sociale orde. Die perceptie wortelt in de angst dat niet-conforme genderidentiteiten en -expressies de cis-heteropatriarchale normen ter discussie stellen. De uitdrukking ‘Lavender Menace’ illustreert die dynamiek: in 1969 noemde Betty Friedan, voorzitster van de National Organization for Women (NOW), lesbische activisten de ‘Lavender Menace’, uit angst dat hun zichtbaarheid de feministische zaak zou schaden. Als reactie daarop eigende een groep radicale lesbiennes, onder wie Rita Mae Brown en Karla Jay, zich die term toe tijdens het Second Congress to Unite Women in 1970 in New York. Ze droegen daar trots T-shirts met het opschrift ‘Lavender Menace’ en onderbraken de conferentie om het uitsluiten van lesbiennes uit de feministische beweging aan te klagen. Die omkering van het stigma transformeert de zogenaamde bedreiging in een symbool van verzet en identitaire bevestiging. Dit opeisen van anders-zijn, van het als alien of indringer gezien worden, sluit aan bij de post-binaire strategie: een onverzettelijk anders-zijn, dat weerstand biedt aan assimilatie en dat verstoort – claimen als politieke positie.

De nieuwe lettervormen die Bye Bye Binary ontwerpt, zijn gebaseerd op het principe van ligaturen die de gendergebonden uitgangen van woorden samensmelten.

Vanuit een ander perspectief kan design, en bij uitbreiding typo·grafisch ontwerp, als instrument van normatieve codificatie en materialisering van anders-zijn, een strategisch terrein worden. Design kan worden begrepen als een daad van othering in de zin dat het, in de woorden van Canlı, ‘op tastbare wijze de grenzen van lichamen afbakent en de lichamelijke ontmoetingen tussen het Zelf en de Ander materialiseert via het bekomen resultaat (dat wil zeggen artefacten, afbeeldingen, ruimten, sites, technologieën, enz.)’.

De post-binaire typografie, zoals voorgesteld door onder andere het collectief Bye Bye Binary, kan een van die technologieën van othering vormen. Deze nieuwe lettervormen, gebaseerd op het principe van ligaturen die de gendergebonden uitgangen van woorden samensmelten. Ze kunnen worden gezien als ufo’s, aliens, indringers in de normatieve systemen van taal en schrift. Meer bepaald gaat het erom een (typografisch) lichaam te vormen, om genderidentiteiten zichtbaar te maken die gewoonlijk onder de radar blijven in de ‘mannelijk-neutrale’ taal. Post-binaire typografie maakt zelfbepaling mogelijk en wordt een plek voor speculatie over nieuwe identiteiten, experimenten, afwijkingen en voor een toe-eigening van anders-zijn. De ligaturen maken ‘monsterlijke’ subjectiviteiten waarneembaar en creëren zo een legitieme ruimte voor levens die op onbegrip stoten binnen de heersende symbolische orde. Uiteraard zijn deze nieuwe grafische vormen alleen aliens voor zij die weigeren ervan gebruik te maken.

Die strategie om de normen van taal en schrift binnen te dringen via typografie sluit aan bij wat Canlı het ‘werktuig van het monster’ noemt. In navolging van de beroemde uitspraak van Audre Lorde voor wie ‘de werktuigen van de meester nooit het huis van de meester zullen vernietigen’, ziet Ece Canlı design, de ontwerpende daad, als een verstorende daad, een verzetsdaad en een ondermijning van gevestigde normen. Post-binaire typografie is het werktuig van de monsters dat de meester en zijn wereld ontregelt.

1 Tpbg: acroniem in het Frans voor trans*, pédé.e, bi.e, gouin.e, een term die de bredere queer gemeenschap aanduidt, samengesteld uit geuzennamen die de nadruk leggen op hun gezamenlijke geschiedenis van marginalisering en verzet.

2 Aan transpersonen van wie de officiële documenten niet overeenkomen met het bij de geboorte toegekende geslacht kan de toegang tot de Verenigde Staten geweigerd worden.

3 Het Franse woord ‘folle’ is een scheldwoord vergelijkbaar met het Nederlandse ‘nicht’, dat de connotatie bevat van een ‘verwijfde’ man.

Vertaling: Charlotte van Hooijdonk
Lees het Franse origineel hier.