Aan alle kunstwerken die onder stof bedolven zijn geraakt

Door Maureen Ghazal, op Fri Feb 19 2021 07:00:00 GMT+0000

Elke vrijdag pent een van onze vijf vaste online correspondenten een brief. Maureen Ghazal richt zich tot alle boeken, voorstellingen, films, muziekstukken en andere kunstwerken die momenteel onder stof bedolven zijn geraakt.

Jullie liggen onaangeraakt op tafels, zijn opgeborgen in donkere depots, hangen in stille tentoonstellingszalen, verblijven in coulissen van theaterzalen en liggen op stapel in bioscopen. Sinds vijftien december zijn de boekhandels, musea, bioscopen en theaters in Nederland gesloten.

Mijn collega van boekhandel Van Gennep in Rotterdam zegt soms medelijden te hebben met alle boeken die onaangeraakt op tafels liggen en in boekenkasten staan, waar niemand doorheen bladert en door verwonderd raakt. Soms spreekt ze ze liefkozend toe; misschien helpt het ze door deze tijd te komen.

Jullie zijn gecreëerd om gezien te worden, gevoeld, gelezen en beluisterd.

Afgelopen maand schreef een groep van meer dan honderd schrijvers een gezamenlijke brief aan premier Rutte over de noodzaak van boekhandels. ‘De boeken, maar ook de kranten en tijdschriften die ze verkopen, brengen vaak inzicht, nuance, wijsheid en schoonheid’. In de brief vragen ze de boekhandels weer te laten openen en op zijn minst afhaalloketten toe te staan. In België gelden boekwinkels sinds de tweede coronagolf als ‘essentiële handelszaken’.

En gelukkig zijn de afhaalloketten sinds deze week toegestaan. Voor boekhandel Van Gennep staan regelmatig voorbijgangers die zorgvuldig de etalage bekijken. Soms zwaaien ze wanneer ze één van ons binnen zien. Het liefst zou ik ze alle nieuwe uitgaven willen tonen die zijn binnengekomen: bijzondere kaften en papiersoorten, een mooi lettertype.

Jullie zijn gecreëerd om gezien te worden, gevoeld, gelezen en beluisterd. Maar nu vangen jullie stof en is onduidelijk wanneer jullie weer getoond kunnen worden. Jullie liggen voor onbepaalde tijd in afwachting. Gelukkig worden een aantal van jullie toch digitaal getoond.

Misschien zien jullie het momenteel zelf niet in door de donkerte van gedempte lampen, maar jullie brengen zoveel moois teweeg.

Met mijn collega’s van de boekwinkel bezochten we vorige maand de online voorstelling Amor Fati van Theater Walhalla. We verbleven ieder in ons eigen huis, schonken onszelf een drankje in, nestelden ons achter onze computers. We stuurden elkaar foto’s door: onze woonkamers werden theaterzalen, onze computers podia. Om acht uur klikten we gezamenlijk de link voor de voorstelling aan. Ik vroeg me af of we allemaal exact hetzelfde zagen, of het scherm bij sommigen bleef haperen. Aan het einde van de voorstelling klapte ik uit gewoonte. Een collega startte een groepsgesprek. We bespraken de voorstelling: hoe mooi het was en hoe knap ook in elkaar gezet. We sloten het gesprek af met het uitspreken van een gezamenlijke heimwee naar de theaters, de drankjes achteraf en alle ontmoetingen die er ontstaan.

Jullie brengen interessante gesprekken op gang, vormen het onderwerp waarmee je met een passant van gedachten wisselt. Misschien zien jullie het momenteel zelf niet in door de donkerte van gedempte lampen, maar jullie brengen zoveel moois teweeg.

Tegenwoordig wisselen de beeldschermen elkaar af. Maar toch lijkt mijn beeldscherm steeds krapper te worden.

In het nieuwe nummer van kunsttijdschrift Metropolis M las ik een artikel over de tentoonstelling ‘If only this Mountain between us could be ground to dust’ van kunstenaars Basel Abbas en Ruanne Abou-Rahme, die in het Centraal Museum Utrecht werd getoond en waarover ik eerder een stuk schreef. In september vorig jaar bezocht ik het museum. Op de vloeren werd met tape de looprichting aangeduid, overal hingen schermen en adviezen. Het viel me op hoe zorgvuldig het museum de maatregelen in acht nam. Eenmaal bij de video-installatie aangekomen overviel me een geluksgevoel en het besef hoezeer ik het fysieke bezoek aan musea had gemist. Ik ging middenin de kunstinstallatie staan, de videobeelden werden geprojecteerd op mijn armen, het geluid omringde me en ik realiseerde me weer dat ook mijn lichaam deel uitmaakt van een museumbezoek.

Tegenwoordig wisselen de beeldschermen elkaar af. Overdag werk ik op een laptop, tussendoor zijn er belafspraken en wanneer de laptop aan het einde van de middag wordt dichtgeklapt, wissel ik die in voor een telefoon om contact te onderhouden met vrienden en familie. Later op de avond klap ik de laptop weer open om naar voorstellingen, films en voordrachten te kijken.

Natuurlijk ben ik dankbaar dat er alternatieven zijn, dat er wordt gezocht naar andere mogelijkheden, dat er online voorstellingen worden uitgezonden die steeds mooier in beeld worden gebracht, dat je ook via een laptopscherm in vervoering kan raken en een bezoek aan een online cultureel evenement weer voor oplading zorgt.

Dat jullie broodnodig zijn, wordt nog te vaak ontkend: jullie zouden volgens sommigen geen eerste levensbehoeften stillen.

Maar toch lijkt mijn beeldscherm steeds krapper te worden. Ik verlang naar het bewegen door tentoonstellingsruimten, ik mis het zien van verfstreken op een schildersdoek, ik hunker naar het samen in een publiek zitten en het na afloop klappen tot mijn handen branden.

Jullie zijn broodnodig. Maar helaas wordt dat nog te vaak ontkend: jullie zouden volgens sommigen geen eerste levensbehoeften stillen. Wat heb je aan kunst in tijden van crisis?

Laat het ontbreken van kunst en cultuur nu net zijn wat het leven momenteel zo kaal maakt. Het niet kunnen struinen door een boekhandel, het niet in vervoering worden gebracht door dans of een concert. Het is tijdens deze pandemie pijnlijk duidelijk geworden dat de culturele sector voor verlichting zorgt, dat ze onze dagen verademing geeft en troost biedt, dat ze een kritische gesprekspartner is om mee te sparren en dat ze bijdraagt aan de vorming van mensen, steden en landen.

Pas wanneer iets mist, valt het belang ervan op. Nu de meeste culturele activiteiten zijn weggevallen, valt de leegte op.

Al jarenlang wordt er op de cultuursector bezuinigd of gedreigd te bezuinigen. Toen Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon begin 2020 grootscheepse cultuurbesparingen aankondigde, stelde hij dat beleidsvorming een kwestie van keuzes is. En juist daar zit het hem in: de keuzes waar bezuinigd wordt en waar niet, oftewel: welke sectoren als belangrijk worden gezien en welke niet. Mijn Facebookpagina vulde zich in de weken na de aankondiging van de bezuinigingen met berichten van Belgische vrienden die de straat opgingen en opkwamen voor het belang van de cultuursector. Kunst=Solidair.

Al jarenlang wordt het belang van kunst getoond, maar soms lijkt deze boodschap in dovemansoren te vallen. Pas wanneer iets mist, valt het belang ervan op. Nu de meeste culturele activiteiten zijn weggevallen, valt de leegte op, het gebrek aan uitwisseling van gedachten, het missen van het gelukzalige gevoel bij het bezoeken van een theater. En juist daarom is het belangrijk dat de culturele sector gesteund blijft, zodat er ook na de pandemie de gelegenheid is de geest te voeden. Je kunt geen lagen blijven afpellen en verwachten dat de sector keer op keer meebeweegt. ‘Kunst biedt troost, maar wie troost de kunstenaar?’ zingt Flip Noorman in Amor Fati.

‘Kunst biedt troost, maar wie troost de kunstenaar?’ zingt Flip Noorman in Amor Fati.

De culturele sector dient als broodnodig te worden gezien en behandeld. Omdat kunst een gesprekspartner is en kan bijdragen aan toenadering in tijden van polarisering, omdat niet alles draait om materialistisch en winstgevend belang, omdat kunst op zoveel vlakken meerstemmigheid brengt.

Ook ik heb, net als mijn collega, te doen met al die werken die momenteel in donkere ruimtes liggen opgeslagen. En dus denk ik aan jullie, daar op die stoffige boekenplanken en in die donkere depots, in die lege tentoonstellingszalen en op die stille podia. Jullie zijn broodnodig, we zijn jullie niet vergeten, we hunkeren naar een ontmoeting. En in de tussentijd spreken we jullie liefkozend toe, opdat het stof opwaait.