De stad van straks

Hoe kunnen steden in de toekomst leefbaar, slim en duurzaam zijn? Hoe breng je vreugde in een stad en hoe kun je aspiratie verankeren? Dat zijn de ontwerpvragen die ruim baan krijgen binnen actuele architectuurbiënnales en -triënnales, die meer en meer fungeren als optimistische denkstations voor de toekomst van de stad. Een bespiegeling over droom en daad (en de kloof daartussen) aan de hand van de exposities Smart Cities – Parallel Cases 2 en Under Tomorrow’s Sky.

In 2050 is de stad een arena. Wanneer de verwachting uitkomt dat meer dan zeven van de negen miljard mensen die op deze aardbol leven, in de stad wil wonen, ontstaat er een strijd. Een strijd om specifieke ruimte waarvoor velen belangstelling hebben. Steeds grotere oppervlaktes in de wereld zullen functioneren als stad en de gebieden die nu al een stedelijke functie hebben, zullen zich moeten aanpassen om te voorkomen dat ze uit hun voegen barsten.

54_Devreese_© Brecht Vandenbroucke380_0.jpgDe grote sociaaleconomische en ecologische vraagstukken van deze eeuw zijn daarmeevooral stedelijke problemen. Er is dringend behoefte aan intelligente en creatieve denkrichtingen die een langetermijnvisie over de groei van steden koppelen aan de aanpak van die problemen. Dit besef is ook doorgedrongen binnen de architectuurwereld waar de (globale) stad meer dan ooit aanzet tot toekomstgerichte vragen. Kunnen steden leefbaar, slim en duurzaam zijn? Kan je leefbaarheid en duurzaamheid ‘planmatig’ bevorderen?

Geen toeval dus, dat de ontwikkeling van programma’s waarin ‘stad maken’ centraal staat ook de motor vormt van twee grote architectuurmanifestaties die de ambitie hebben om de actuele status van architecturale internationale ontwikkelingen in kaart te brengen. Zo waren er onlangs in Nederland binnen dat grote kader twee exposities te bezoeken. Smart Cities – Parallel Cases 2 maakte deel uit van de vijfde architectuurbiënnale van Rotterdam, Making City. Vrijwel gelijktijdig vond in Eindhoven Under Tomorrow’s Skyplaats, een samenwerking met de triënnale in Lissabon, Close Closer (2013), waarvan stedelijke verdichting het hoofdthema wordt. Een vergelijking van twee actuele en uiteenlopende exposities met visionaire plannen voor de toekomstige stad.

TUSSEN SNELHEID EN SLIMHEID

‘Slimme steden creëren meer banen, zijn schoner, flexibeler, efficiënter en veiliger. Zij zijn de sleutel tot een duurzame wereld in ruimtelijke, sociale en economische zin.’ Zo luidt het uitgangspunt van Smart Cities. Het concept ‘smart city’ hoopt de ‘realiteit’ van de stad als complex netwerk te verbinden aan de notie van ‘utopie’ en aan wat die eenentwintigste-eeuwse steden vermogen. Het roept beelden op van nieuwe supersteden in Azië en het Midden-Oosten. Denk aan Dubai en Singapore, waar tal van technische vernuftigheden de ‘mobiliteit’ vereenvoudigen. Zoals het heffen van tol afhankelijk van het tijdstip van de dag om het reizen buiten de spitsuren te stimuleren. Maar het concept reikt ook verder: een echt intelligente stad beschouwt technologie slechts als één van de middelen om een stad succesvol te maken.

De grote sociaaleconomische en ecologische vraagstukken van deze eeuw zijn vooral stedelijke problemen

Steden mogen zich slim noemen wanneer ze slimme verbindingen leggen en menselijk kapitaal alle ruimte geven. En wanneer ze de leef- en verblijfskwaliteit bevorderen, onder meer door efficiënt en doelgericht met de publieke ruimte om te springen en deze voorrang te geven boven andere infrastructuren. Zulke verbindingen creëren aantrekkelijke coalities zodat burgers, bestuur en instituties slim en efficiënt kunnen interageren. Daarnaast draagt een intelligente vormgeving en implementatie van systemen bij tot, niet alleen vereenvoudigingen van dagelijkse transacties (openbaar vervoer en energie), maar ook een duurzame stadsontwikkeling. Een ‘slimme’ stad slaagt erin dit allemaal te realiseren.

23 X SLIM

Het credo ‘Smart Cities’ moet dus vooral beschouwd worden als een streven, een creatieve uitdaging. Wat hoopte men concreet te verwezenlijken? De expositie Smart Cities – Parallel Cases 2 presenteerde drieëntwintig concrete projectvoorstellen gericht op het verbeteren van de leefbaarheid van steden. De jongste generatie ontwerpers, the young professionals, kreeg het podium voor pragmatische oplossingen, gericht op specifieke en locatiegebonden problemen van de toekomst. Uit de reacties op een internationaal uitgestuurde open call selecteerden de zes Academies van Bouwkunst die Nederland rijk is, gezamenlijk drieëntwintig inzendingen voor de expositie.

De drieëntwintig projecten streven verschillende niveaus van ambitie na. Studenten uit Berlijn maakten een mapping van alle leegstaande plekken in hun stad. Daarmee vroegen ze aandacht voor de leegstandproblematiek en zochten daarvoor creatieve – letterlijke – invullingen. Studenten van de Universiteit van Toronto richtten zich op een enorm gebied dat geruïneerd is door oliewinning en formuleerden een plan voor hergebruik dat moet leiden tot het duurzaam winnen van energie. Kleinschaliger en minder beladen van aard oogde het postcode-honing project. Het belang van de aanwezigheid van bijen voor ‘de voortplanting’ in een stad werd uit een geitenwollensokken hoekje gehaald en omgetoverd tot aanlokkelijk, ‘verkoopbaar’ design. De bedenkers stellen dat de smaak van honing locatiegebonden is en ontwikkelden een honinglijn die voorzien is van een postcode om je te attenderen op de smaak per locatie. Mapping meets bijenhouderij. Maar ontlokt het project meer dan een glimlach? Maakt het een stad slimmer?

Het meest in het oog springende en uiteindelijk ook genomineerde project is Sendai Oasis – 1000 Rain Gardens, dat inhaakt op de effecten van de tsunami in maart 2011. Studenten van de Tohoku Universiteit in Japan presenteren een netwerk van smalle regentuinen die vindingrijk onderling verbonden en gereguleerd kunnen worden om, indien nodig, te kunnen inspelen op extreme temperatuurverschillen en hevige regenbuien. De tuinen in Sendai – de titel verwijst naar de Japanse legende die zegt dat je bij duizend kraanvogels een wens mag doen – vormen zo geleidelijk een openbaar, vitaal en groen milieu, een ingenieus systeem dat de stad op vernuftige wijze kan beschermen maar tevens ook schoonheid, en daarmee leefbaarheid, bevordert.

De overtuigingskracht die Sendai Oasis in zich heeft, is voor de bezoeker lang niet bij alle andere projecten terug te vinden

De overtuigingskracht die Sendai Oasis in zich heeft, is voor de bezoeker lang niet bij alle andere projecten terug te vinden. Veel projecten blijven eerder oppervlakkig. Hierdoor kom je weinig te weten van voorafgaand diepgravend en vindingrijk onderzoek. Toeschouwers bewegen zich door de expositie met de wetenschap dat er achter elk project meer steekt. Hoewel binnen alle projecten gezocht is naar creatieve ontwerp-oplossingen, krijg je voornamelijk ‘mooie’ presentatievormen te zien. Dat gebrek aan verdieping pakt onbevredigend uit. De teksten op de begeleidende bordjes illustreren dit mooi. Neem 26 x de term ‘duurzaam’, 6 x ‘veerkracht’, 19 x ‘toekomst’, 12 x ‘slim’, 13 x ‘intelligent’, 9 x ‘efficiënt’, meng dit met veel bijvoeglijke naamwoorden en modieuze beleidstermen, en je hebt ongeveer de essentie te pakken van deexpositieSmart Cities – Parallel Cases 2.

HET GROEIMODEL VAN DE UTOPIE

De ondertitel van de expositie Under Tomorrow’s SkySpeculative visions of a future city – belooft dan weer een meer wild en diepgravend experiment. ‘Speculatief’ waarschuwt en daagt uit. Enerzijds vormt deze ondertitel een verantwoording voor de vaststelling dat de gepresenteerde stad in Galerie MU volkomen ‘onherkenbaar’ is. Anderzijds stelt de ondertitel de meest pertinente vraag voorop: hoe zal de toekomstige stad eruitzien?

De expositie bestaat uit een kamergroot schaalmodel van een ogenschijnlijk futuristische stad. Een stad die, althans tijdens een bezoek op 7 oktober, vooral iets weg heeft van een opeenhoping van huizen die niet zouden misstaan in een film met maanmannetjes en ufo’s. Dit model dat voortdurend in ontwikkeling is, dient als decor voor de verhalen en visies van kunstenaars, game-ontwikkelaars, filosofen, non-conformisten, sciencefiction schrijvers, rekwisietenmakers uit de special-effect-industrie en publiek.

54_Devreese_[2012.08.10] UTS 27.jpgInitiatiefnemer Liam Young, oprichter van de denktank Tomorrow Thoughts Today, bracht enkele niet-specifiek opgeleide mensen bijeen om na te denken over stedelijke ontwikkeling. In wisselend samengestelde denktanks werden zij uitgedaagd om voort te bouwen op het broedwerk van hun voorgangers. Daarbij kregen zij ruim gelegenheid om met enig historisch besef en vanuit kritische denkkaders, afgewisseld met humor, de notie van ‘innovatie’ te ontmaskeren. Zonder vooringenomenheid verknoopten zij toekomstgerichte inzichten over natuur, stedelijkheid, technologie en cultuur. Het is een zoektocht naar nieuwe definities met verrassende visuele resultaten die – verbeeld in het meegroeiende schaalmodel – weinig uitstaans hebben met de stad zoals we die kennen.

Wie zich niet laat afschrikken door deze visualisatie heeft vervolgens de mogelijkheid om voorbij dat illustratieve sci-fi gehalte te stappen. Via videoschermen kan je de online en offline gevoerde gesprekken en denkstrategieën volgen binnen de denktank. Zo wordt het proces van de groeiende fictieve stad transparant gemaakt. Dit vergt geduld en inlevingsvermogen, maar maakt dat de gehele expositie, die een ver-van–mijn-bed-show lijkt ten opzichte van Smart Cities, wel een spannende extra dimensie krijgt. Het open karakter – waarbij je gemaakte keuzes kan doorgronden en nieuwe wendingen zich voor je ogen ontvouwen – laat zien dat ieders perspectief weer invloed uitoefent op de geschetste toekomst. Under Tomorrow’s Sky is daarmee een spannend, kritisch experiment, fungerend als broedplaats waar ‘denkers’ met verschillende achtergronden kunnen brainstormen. Binnen zo’n interactief kader kunnen de grenzen van het ‘waarschijnlijke’ alvast ingrijpend worden uitgedaagd.

STAD MAKEN

Beide exposities, zoveel is duidelijk, belichten de stad van de toekomst vanuit een andere invalshoek. Aan de ene kant zijn er de geregisseerde, frisse doch bleue young professionals in opleiding die worden klaargestoomd om binnen de geïnstitutionaliseerde ontwerpwereld hun verantwoordelijkheid te nemen om ‘de stad te maken’. Aan de andere kant treffen we een ratatouille van andersdenkenden die de ambitie hebben om innovatie te ontsluieren. Hierdoor lijkt de ene expositie onwaarschijnlijk en daardoor onvoorstelbaar, en de andere enigszins ongefundeerd en naïef optimistisch.

Buiten de constatering dat het dus geen eenvoudige opgave blijkt om bezoekers op overtuigende wijze te betrekken binnen stedelijk ontwerponderzoek op het grensvlak van droom en daad, valt vooral op dat de aard van de exposities een ander geloof in de toekomst representeert. Beide expo’s ‘maken’ een stad. Smart Cities wenst met pragmatische, enigszins paternalistische specifieke oplossingen te komen die als eindproduct kunnen worden beschouwd. Under Tomorrow’s Sky fungeert eerder als een reflectief platform voor de co-creatie van een fictieve speculatieve stad die ‘groeit’ tot utopie.

De ene expositie lijkt onwaarschijnlijk en daardoor onvoorstelbaar, en de andere enigszins ongefundeerd en naïef optimistisch

Achter de flirt die beide exposities aangaan met de kloof tussen droom en daad, schuilt echter ook het gevaar dat ze zich beperken tot een denkoefening in het luchtledige. Een symptoom dat volgens hoogleraar Politiek & Ontwerp Wouter Vanstiphout blootlegt dat architectuur nog steeds gelooft in de maakbaarheid van de samenleving, zonder enige blijk van erkenning van de weerbarstige realiteit. Buiten de ‘trek naar de stad’ zijn er allerlei economische, technologische en sociale factoren die invloed uitoefenen op de notie van de steeds dynamischere stad. De stad is– zoals Manuel Castells in het laatste deel van zijn trilogie omtrent het informatietijdperk aangaf – meer ‘proces’ dan een concrete ‘plaats’. Juist door die oneindige vertakkingen van invloeden en belangenvermengingen in het netwerk genaamd ‘stad’, is een procesmatige benadering ervan geboden. Hoewel het ‘groeiende’ schaalmodel van Under Tomorrow’s Sky hier voor een groot stuk aan tegemoetkomt, blijft ook deze expositie zich in een vacuüm bevinden: het vacuüm van een utopie.

De stedelijke omgeving is te complex om vanuit het niets construeerbaar te zijn. Het visionaire ‘eigen’ karakter van beide exposities spreekt tot de verbeelding en is belangrijk op zich. Maar razendsnelle ontwikkelingen binnen die arena van de eenentwintigste eeuw, ‘de’ stad, vereisen dat maakbaarheid gedefinieerd wordt als ‘realiseerbaarheid’. Die realiseerbaarheid hangt nauw samen met het bewustzijn van dynamiek en daarmee tijdelijkheid. Pas als tijdsgebonden improvisatie op overtuigende wijze gepresenteerd wordt, kunnen architecten en andere ontwerpers hun inventiviteit, vasthoudendheid en idealisme op vruchtbare wijze wereldkundig maken. In de boeiende doorsnede van beide exposities wordt duidelijk dat het ideale ‘stadsdesign’ oog heeft voor vindingrijke instrumenten die zowel probleemoplossend zijn als nieuwe mogelijkheden demonstreren.

Smart CitiesParallel Cases 2 was te zien van 1 april tot en met 30 september in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam.

Under Tomorrow’s Sky – Speculative visions of a future city was te zien van 10 augustus tot en met 28 oktober in Galerie MU in Eindhoven.

Veerle Devreese werkt als projectleider bij Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond en bij Virtueel Platform. Daarnaast is ze mede-eigenaar van www.Cornelis-Serveert.nl.

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.