Tango op de lavastroom: interview met László Krasznahorkai

Door Remo Verdickt, Emiel Roothooft, op Wed Nov 23 2022 23:00:00 GMT+0000

De Hongaarse auteur László Krasznahorkai heeft een Man Booker International Prize én een Amerikaanse National Book Award op zijn naam staan. Even gewaardeerd zijn zijn scenario's voor de meester van de 'slow cinema', Béla Tarr. We spraken de schrijver aan de vooravond van de Amsterdamse conferentie The War and the Future, over zijn werk, geweld en cultuurpessimisme.

Van het oeuvre van de Hongaarse auteur László Krasznahorkai wordt een mens bepaald niet vrolijk. Zijn debuut Satanstango (1985) vertelt het verhaal van een onthechte plattelandsgemeenschap die op sleeptouw wordt genomen door de schimmige messiasfiguur Irimiás, maar zo alleen maar dieper in de verdoemenis belandt. Ook in De melancholie van het verzet (1989) en Baron Wenckheim keert terug (2016) klampt het volk zich instinctief vast aan politieke luchtkastelen, met dood en vernieling tot gevolg. Fysiek geweld ontwricht vaak de personages en hun leefwereld, maar ook het taalgebruik en de radicale vorm van Krasznahorkais proza stralen een voortdurende dreiging en agressie uit. Ellenlange zinnen vol krijgsmetaforen domineren iedere bladzijde, en de vele herhalingen en gedachtestromen vormen een koortsachtig ritme – de lezer wordt meegesleurd in een nachtmerrie waaruit niet te ontwaken valt.

Krasznahorkai’s haarscherpe analyses van demagogie en conflict ogen vandaag misschien wel relevanter dan ooit.

Krasznahorkai wordt al jaren getipt als Nobelprijskandidaat en Susan Sontag vergeleek zijn monumentaal pessimistisch proza met dat van Herman Melville en Gogol. Zijn haarscherpe analyses van demagogie en conflict ogen vandaag misschien wel relevanter dan ooit. Op 19 november nodigde het Nexus Instituut hem uit voor de conferentie The War and the Future, waar verschillende historici, politicologen en activisten zich bogen over de oorlog in Oekraïne. Wij ontmoeten de auteur de dag voordien in de lobby van zijn Amsterdams hotel. In voorzichtig Engels en met hese stem licht hij zijn standpunten over de verhoudingen tussen oorlog, kunst en de condition humaine toe, met de nodige dosis cultuurpessimisme. ‘Jezus, tegenwoordig is Tarantino daadwerkelijk de beste.’

Homo homini hydrogen

Naast fysiek en taalkundig geweld bieden de romans en novelles van Krasznahorkai ook meer filosofische bespiegelingen over oorlog. Zo bevat Oorlog en oorlog (1999) in weerwil van de titel slechts weinig effectief conflict. Hoofdpersonage Korin ontdekt een mysterieus manuscript dat hij koste wat kost met de wereld moet delen. Dat manuscript is een fragmentarische allegorie over vier vredelievende reizigers die steeds opnieuw onheil ontvluchten en daarbij voortdurend het pad van de sinistere Mastemann kruisen. Mastemann beweert dat ‘het menselijke leven de geest van oorlog is,’ een visie die Krasznahorkai naar eigen zeggen angst aanjaagt. ‘Mastemann stelt dat de mens tot de natuur behoort, en in de natuur heerst een constante psychologische toestand van angst – of je nu wolf of waterstof bent, je plaats in het universum is er steeds een van absolute weerloosheid.’

Krasznahorkai voelt zich verwant met Franz Kafka, nog zo’n auteur wiens parabels geen hapklare interpretatie voorstaan.

Individueel leven is voor Krasznahorkai een luxetoestand. ‘Alleen is de mens meer dan weerloos, daarom leeft hij ter compromis in groep.’ In dat compromis ziet de auteur vooral gevaar. Het collectief laat zich in al zijn werk gewillig voorliegen totdat vernietiging onvermijdelijk is. In Satanstango doet Irimiás de dorpelingen nog vage beloftes, bij De melancholie van het verzet is het de intrede van een mysterieuze circusattractie die de stad tot geweld drijft. ‘De waarheid vinden we iets gevaarlijk, liever zoeken we ons heil bij valse profeten.’ De volksmenners in zijn werk hebben weinig concrete ideologieën. Krasznahorkai groeide op en debuteerde tijdens de communistische dictatuur, maar de vroege romans overstijgen een eenduidige kritiek op dat regime. Zijn latere werken situeren zich in een onspecifiek heden waar weinig veranderd blijkt. Het titelpersonage uit Baron Wenckheim ‘keert’ terug naar een hedendaags Hongarije waar de bevolking gretig haar destructieve dromen op de oude aristocraat projecteert.

Toch heeft de auteur ook aandacht voor het individu dat wél tegen de massa durft in te gaan. Vaak gaat het hier om eenzaten die als hopeloos naïef door de buitenwereld worden ervaren, zoals Korin in Oorlog en oorlog. Zelf beschouwt Krasznahorkai deze personages het liefst als engelen, ‘en engelen brengen altijd een boodschap.’ Hij vergelijkt hen met de ‘heilige dwazen’ uit het oeuvre van Dostojevski, die hij bovenal als heilige mensen ziet, in contrast met de gezichtsloze massa. Uiteindelijk loopt het steeds slecht af met Krasznahorkai’s engelen. Ze fungeren als offers want ‘aan het eind van de dag moet iemand de prijs betalen.’

K., als in Krasznahorkai

Wat mag die boodschap dan wel zijn, en waarvoor betalen deze personages precies de prijs? De diepere betekenissen van de romans zijn verre van eenduidig, en zelf heeft Krasznahorkai een grondige hekel aan te uitleggerige allegorie. Ook tijdens ons gesprek blijven zijn antwoorden soms in nevelen gehuld. Tekenend is de verwantschap die hij voelt met Franz Kafka, nog zo’n auteur wiens parabels geen hapklare interpretatie voorstaan. In K., het hoofdpersonage uit Kafka’s Het slot, herkent Krasznahorkai dan ook de tot mislukken gedoemde wens van de mens om de werkelijkheid te bevatten. Net zoals K. vergeefs hoopt het titulaire kasteel te betreden en ontleden, worstelt de mens immers om een ‘ware’ wereld te ontdekken, voorbij de zintuiglijke werkelijkheid. Zonder succes. Het boek-in-het-boek in Oorlog en oorlog geeft zijn einde niet prijs; de circusattractie in De melancholie van het verzet valt niet door de stedelingen te omvatten; Satanstango blijkt finaal een circulaire vertelling in de traditie van Joyces Finnegans wake.

Bizar toch, dat net die gutsende schrijfstijl Béla Tarr, meester van de ‘trage cinema’, inspireerde tot een samenwerking?

De auteur beschouwt de wereld als een chaotisch geheel. ‘Voor mij heeft die chaos absoluut geen negatieve connotatie. De wereld werkt zo omdat dingen in het universum snel gebeuren. Concepten zoals tijd en ruimte verklaren de werkelijkheid niet, maar helpen ons slechts om onszelf erin te oriënteren.’ Zijn eigen schrijven ziet Krasznahorkai als een manier om verder te kijken, al levert het hem vooral lijden op. ‘Ik probeer steeds iets uit te drukken dat ik niet kan. De hoogste kunst kan een brug bouwen, maar slechts tot hij de grens van de verborgen werkelijkheid bereikt, verder geraak je niet. Ik tracht tot daar te raken door middel van schoonheid. Dat is niet de enige manier, maar wel die van mij.’

Lászlo Krasznahorkai tijdens 'The War and the Future' (c) Jan Reinier van der Vliet / Nexus

‘Schoonheid’ is nochtans doorgaans niet het eerste waaraan je denkt bij het lezen van een Krasznahorkai-roman. Hij toont vooral de mens op zijn lelijkst. Wel gaat die keuze gepaard met veel humor, zoals wanneer in Baron Wenckheim keert terug een koor de terugkeer van de baron uit Zuid-Amerika probeert te vieren met een geïmproviseerd Don’t Cry For Me Argentina. ‘Zelf ben ik ook cynisch, maar altijd met humor. Ik wil mensen niet kwetsen. Elke mens heeft zijn waardigheid en daar zal ik nooit aan tornen. Ik wil alleen maar begrijpen waarom men zich zo dom of agressief gedraagt.’

Don’t shoot the novelist

Er gaat daarnaast een unieke aantrekkingskracht uit van die eeuwig doorlopende zinnen, vol terzijdes, herhalingen en gedachtes – zelden gehinderd door andere leestekens dan een komma. Krasznahorkai omschrijft zijn stijl als ‘een lavastroom.’ Bizar toch, dat net die gutsende stijl de befaamde regisseur Béla Tarr inspireerde tot een samenwerking? Krasznahorkai was sinds 1988 de co-scenarist voor vijf langspeelfilms van Tarr, waaronder een zeven uur durende verfilming van Satanstango (1994), en Werckmeister Harmonies (2000), gebaseerd op De melancholie van het verzet. Deze films zijn zowat de definitie van ‘trage cinema’ geworden. Long takes duren vaak gemakkelijk tien minuten en de actie is ontzettend spaarzaam. Dat klinkt als een enorm contrast met Krasznahorkai’s frenetieke proza. Zelf ziet hij de verfilmingen niet zozeer als adaptaties van zijn werk. ‘Béla deed zijn voordeel met mijn oorspronkelijke ideeën om een heel eigen wereld te scheppen. Ik kan die films vanop een afstand bekijken, hoewel ik bij elk moment betrokken was en elke beslissing mee nam, want de films behoren toe aan Béla.’

‘Nu presenteren middelmatige schrijvers zichzelf als het summum van de literatuurwereld.’

Eigenlijk houdt Krasznahorkai helemaal niet van films maken. ‘Ik háát het zelfs. Telkens opnieuw moest Belá me overtuigen dat de volgende film zó belangrijk zou zijn dat ik geen nee kon zeggen.’ Bij The Man From London (2007), de verfilming van Béla Tarr en Ágnes Hranitzky van een roman van de Belgische schrijver Georges Simenon, liep het bijna mis. Krasznahorkai schreef mee het scenario maar vond finaal de film te zeer een herhaling van hun vroegere werk. Tarr haalde aan dat ze niet op een valse noot mochten eindigen, en in 2011 leverde het duo hun zwanenzang met The Turin Horse, ‘misschien wel ons beste werk’. Tarr is sindsdien met regiepensioen; Krasznahorkai heeft de scenario’s ingeruild voor multimediale experimenten met muzikanten en beeldende kunstenaars. Zo bevat elk hoofdstuk van zijn novelle Chasing Homer (2021, nog niet vertaald naar het Nederlands) tekeningen van Max Neumann en een QR-code die toegang geeft tot een bijbehorende percussieopname van Szilveszter Miklós.

Poëtisch pessimisme?

Krasznahorkai distantieert zich uitvoerig van zijn personages maar toch herkennen we iets van hun cultuurpessimisme wanneer hij het over hedendaagse kunst heeft. ‘Vijfennegentig procent van de huidige literatuur volgt de valse profeten. Het kapitalisme heeft kunst tot handelswaar herleid, en de kwaliteit van literatuur is snel gedaald. Nu presenteren middelmatige schrijvers zichzelf als het summum van de literatuurwereld. De prijzencultus is overal. Ja, ik heb zelf veel prijzen gewonnen, maar enkel mijn moeder wordt daar blij van. Toen ik jong was konden we het niet aan om nieuws uit Hollywood te horen, Oscarceremonies – dat was iets ridicuul. Maar los daarvan bestond er een heel hoog niveau van filmmakers, van Fellini tot Tarkovski tot Bresson. Dat talent is verdwenen. Jezus, tegenwoordig is Quentin Tarantino daadwerkelijk de beste.’

Bijna veertig jaar later lopen Krasznahorkai’s personages nog steeds elkaar mis.

Na afloop van ons gesprek blijkt Krasznahorkai zelf even ongrijpbaar als zijn werk. Satanstango opende met een enigmatisch citaat uit Het slot: ‘Dan loop ik hem liever wachtend mis.’ Bijna veertig jaar later lopen Krasznahorkai’s personages in hun zoektocht naar redding en betekenis nog steeds elkaar mis, met alle desastreuze gevolgen van dien. Als lezer kijk je dan weer je ogen uit, hoe die woorden blijven dansen op een eindeloze lavastroom.