Een woordenwisseling over ‘Eating Each Other’

Door Maryam K Hedayat, Joeri Verbesselt, op Sat Jun 09 2018 22:00:00 GMT+0000

In kunsthal Extra City in Antwerpen loopt nog tot 1 juli de expo Eating Each Other over ‘re-appropriatie’. Dat slaat op het vermengen van dominante denk- en gedragspatronen met eigen kennis, gebruiken en rituelen, waardoor geheel nieuwe vormen kunnen ontstaan. Joeri Verbesselt en Maryam K. Hedayat bezochten de expo elk apart, om er dan met elkaar over te mailen. Tot die correspondentie totaal ontspoorde...

Eating Each Other is een groepstentoontstelling samengesteld door curator Michiel Vandevelde, met kunstwerken van Linah Dalifa, Pieterjan Ginckels, Hamza Halloubi, Ermias Kifleyesus, Jaha Koo, Mashid Mohadjerin, Radouan Mriziga, Ogutu Muraya, Amanda Piña, Aneta Rostkowska & Jakub Woynarowski, Myriam Van Imschoot, Arkadi Zaides, Oliver Zahn en Julian Warner. Op de site van Extra City luidt de duiding bij de expo:

  • West-Europese steden zijn een lappendeken van minderheden geworden. Toch overheersen nog steeds de westerse, ‘verlichte’ waarden. Als mogelijk instrument van verzet tegen een allesverslindende liberale ideologie, presenteert ‘Eating Each Other’ de strategie van de ‘re-appropriatie’. De vraag blijft daarbij steeds: wie eet en wie wordt er gegeten? (...)
  • De expo is geïnspireerd op het ‘Kannibalistische Manifest’ van de Braziliaanse dichter en theoreticus Oswald de Andrade in 1928. In deze poëtische tekst stelt de Andrade voor om een overheersende cultuur te ‘kannibaliseren’, door ze op te eten, te verteren en opnieuw uit te scheiden in een geheel nieuwe vorm.
  • Processen van opnieuw toe-eigenen stellen mensen in staat een ruimte te creëren die ze herkennen als van henzelf. Tegelijkertijd onthullen ze een interessante dynamiek van macht. Ze zijn zowel een instrument van de overheersing, als een middel om zich tegen die overheersing te verzetten. Het is deze dynamiek die ‘Eating Each Other’ wil weergeven, via kunstwerken die zelf een voorstel voor re-appropriatie zijn, maar ook via vormen van re-appropriatie tussen verschillende werken onderling.

Hoe complex en veelzijdig die dynamiek van verzet en toe-eigening wel is, leert onderstaande correspondentie...


Van: Joeri Verbesselt
Onderwerp: Eating Each Other
Datum: 5 april 2018, 23:59

Rrraaauwch Maryam,

Wanneer ik eind maart hoorde dat in Kunsthal Extra City een groepstentoonstelling en een publiek programma opende onder de titel ‘Eating Each Other’, schrok ik als bij donderslag wakker uit mijn winterslaap. Ik wierp mezelf in mijn kannibalenpels en stervend van de honger raasde ik naar het Antwerpse, op strooptocht.

Food! Food! Food! Food! Food! Food! Food!

De expositieruimte binnenstormend – de eerste kunstwerken in de vitrine aan de straatkant straal negerend – botste deze uitgehongerde barbaar tegen enkele rare snuiters in witte kledij (inclusief hippe klak). ‘How how, kalm’, maanden ze. Ik hield halt en ontblootte mijn tanden, en de rare stuiter op de trampoline achter hen wakkerde mijn speekselproductie nog meer aan.

Ik spiedde naar links en zag iets bekends: een Lamborghini, geen echte, maar een houten namaaksel dat niet kan rijden. In de fake-car zat een andere snuiter te racen, op iets zoals een PlayStation, Gran Turismo ofzo. Ik realiseerde me dat ik me hier onder beschaafde, kunstminnende mensen bevond.

Appropriatiekunst is intussen bijna een genre op zich, met een controversiële geschiedenis die vaak in de rechtbank is uitgevochten.

Ik gromde nog even tot een van de mensen me wodka NO BULL aanbood. Die chemische nonsens (waar bleef het vlees?!) naar binnen gietend, besefte ik dat de mensen in het wit deel uitmaakten van een kunstwerk.

Volgens het programmaboekje ging het om NO PEAKS (2018) van Pieterjan Ginckels. Op deze openingsavond organiseerde de jonge Belgische kunstenaar in de vorm van een installatie-performance een soort overdreven promotie-event waarin hij het welgekende chemische drankje parodieerde. Ginckels drijft de kapitalistische logica naar haar uiterste, tot er van de tragedie van dol consumentisme niets overblijft dan farce.

De trampoline op dan maar, dacht mijn vriendin (als voorspel op het feestmaal). Maar onmiddellijk beval een witte mens haar om ‘van het kunstwerk af te blijven’. ‘Dat is van Decathlon’, wist ik. ‘Dat is een kunstwerk’, was het antwoord. ‘Decathlon.’ ‘Kunstwerk!’ (ik wil jou opeten).

Consumeren, consumeren: het consumeren van een consumptieobject om het dan als kunstwerk opnieuw te kunnen consumeren. Is dat dan waar Eating Each Other over gaat?

Eigenlijk wel. De tentoonstelling wil de strategie van re-appropriatie, het opnieuw toe-eigenen onderzoeken. Zo opent de bezoekersgids met een definitie van culturele appropriatie als ‘het gebruik van symbolen, artefacten, genres, rituelen of technologieën van een cultuur door leden van een andere cultuur’.

Appropriatiekunst is intussen bijna een genre op zich, met een controversiële geschiedenis die vaak in de rechtbank is uitgevochten. De titel van de tentoonstelling suggereert echter om nog een stap verder te gaan door de andere cultuur niet louter te gebruiken, maar ze op te eten, te verteren en opnieuw uit te scheiden in een nieuwe vorm.

Pieterjan Ginckels, NO PEAKS, (2018), foto Olmo Peeters

Curator Michiel Vandevelde vond zijn inspiratie in het ‘Kannibalistische Manifest’ dat de Braziliaanse dichter en theoreticus Oswald de Andrade publiceerde in 1928. In een context van erudiete ‘nabootsende’ kunst, geassocieerd met kolonialisme en Keizerrijk Brazilië (1822-1889), verenigde Andrade de zoektocht naar een onafhankelijke nationale identiteit met het modernistische esthetische project.

Zijn polemische theorie van cultureel kannibalisme eigent zich op subversieve wijze de culturele kolonisering toe: als zou barbaars territorium, na een beschavingsproces, noodzakelijkerwijs een flauwe kopie worden van het Westen. Door gebruik te maken van de kannibalistische metafoor kan de gekoloniseerde echter een poging ondernemen om zijn koloniale identiteit om te vormen naar een autonome, originele en gewortelde identeit.

Kannibalisme, met Andrade’s tanden, kopieert noch verwerpt westerse cultuur. Het verslindt ze gewoon, om dan op strijdbare wijze de sterke punten ervan te belichamen in het inheemse zelf.

Met (wan)smakelijke groeten,

Joeri


Van: Maryam K. Hedayat
Onderwerp: Eating Each Other
Datum: 23 april 2018, 21:45

Beste Joeri,

Fijn dat we de komende weken met elkaar zullen mailen over de groepstentoonstelling Eating Each Other van Extra City. Fijn dat we dezelfde straat bewandelden op weg naar dezelfde expositie, met dezelfde nieuwsgierigheid en ongeduld. Mooi ook hoe verschillend we zijn, op verschillende vlakken. Verschillend vooral van perspectief, vermoed ik, en dus verschillend van focus.

In je mail schreef je dat je zo gehaast was dat je het werk aan de inkom van de expositie gemist hebt. Ik daarentegen werd net een halt toegeroepen door wat daar in de etalage stond. Het was niet de foto van een paar versleten ‘Safety Goggles’ die me tegenhield, maar de naam op het wit kaartje naast het kunstwerk.

De makers van de makers: die zoek ik op, met haast, want die namen vertellen mij meer over appropriatie en re-appropriatie dan alle geëxposeerde werken.

Haast, dat delen we, maar de focus van die haast is volstrekt verschillend. Ik moet (helaas) toegeven dat ik mij de voorbije jaren niet meer naar de kunstwerken haast, maar naar de kleine witte kaartjes naast de kunstwerken: de label cards. Het zijn kleine witte vierkanten informatiedragers die een tipje van de sluier lichten. Niet de DNA van het kunstwerk is daarop beschreven, niet het maakproces, maar oppervlakkige en tegelijk cruciale feiten over de makers en de makers achter de makers: de eigenaars, de distributeurs én soms ook de curatoren.

Ben ik naïef als ik curatoren facilitators zou noemen? Moet ik ze misschien als tempelbouwers of hogepriesters labelen? Als geheiligden van de kunstenwereld, die in naam van kunst een geheiligde plek (vrij)maken voor enkele gelukkigen én voor toeschouwers die dat alles (kunnen) komen aanbidden?

Curatoren maken de kunstwerken of de kunstenaars niet. Het zijn geen Goden, maar toch scheppen ze wel leven: door ruimte, zichtbaarheid en economisch bestaansrecht te geven aan kunstwerken; door erkenning en middelen te faciliteren voor de kunstenaar.

De makers van de makers: die zoek ik op, met haast, want die namen vertellen mij meer over appropriatie en re-appropriatie, over kolonialisme en post-kolonialisme, dan al de werken die in een ruimte tentoongesteld staan.

Een kunstenaar is voor mij namelijk absoluut en ontegensprekelijk vrij. Misschien niet vrij als mens, niet vrij van institutionele regels en kaders, maar vrij in wat zij of hij mag creëren, vormgeven, communiceren. Een instituut is voor mij niet vrij. En distributeurs en curatoren, door hun link met instituten, dus ook niet.

Mashid Mohadjerin, 'Safety Goggles', (2014), in 'Eating Each Other' (c) Tomas Uyttendaele

Mijn haast om die namen te achterhalen spreekt boekdelen over mijn wantrouwen voor instituten, mijn zwartgallige blik op machthebbers, op tijdelijke tentoonstellingen, op musea en mijn desillusie over dat woordje ‘erfgoed’.

Mijn haast onthult dat ik telkens vrees teleurgesteld te worden door tentoonstellingen, in plaats van verrast, want het is in de structurele verschillen met alle andere exposities dat ik excellentie zoek. Het is daar dat je post-kolonialisme of een echt streven naar een postkoloniale maatschappij kan terugvinden: in de structurele beslissingen, in het beleid, in de hiërarchie, in de keuze voor curatoren en bestuursleden.

Eating Each Other wil (re)appropriatie aankaarten, een ruimte aanbieden in een superdiverse stad aan superdiverse kunstenaars. Maar wat echt een stap verder zou gaan, is de keuze van curatoren, leden van het bestuur en subsidienten om in de toekomst echt plaats vrij te maken voor diversiteit.

Plaats maken betekent soms ook macht afgeven: je eigen plaats afgeven. Halfweg Eating Each Other zullen Aneta Rostkowska en Jakub Woynarowski met hun ‘gonzo curating’project ‘Breach’ een poging doen om die macht af te nemen. Dat de expo zo wordt toegeëigend door twee andere curatoren, is een mooi begin. Maar omdat die daad beperkt blijft in de tijd, blijft het louter een act.

Wat zou het mooi zou als alle kunstinstellingen hun machtspositie iets vaker zouden afgeven.

Wat zou het mooi zijn mochten nog meer curatoren, voor andere exposities, de hele boel kunnen overnemen. Wat zou het mooi zou als alle kunstinstellingen hun machtspositie iets vaker zouden afgeven.

Die machtswissel is belangrijk, omdat sommige kunstenaars geen behoefte (meer) voelen om te kannibaliseren. Hun buik zit vol. Ze zijn niet geïnteresseerd in culturele consumptie bij structuren die nog steeds te dominant wit (en cisgendered, heterosexueel) blijven. Postkolonialisme lijkt een verre droom.

Die kunstenaars willen kunnen creëren op eigen voorwaarden, op eigen terrein, maar niemand gelooft nog in de utopie dat dat terrein herwonnen kan worden. Dat de cultuur geconsumeerd en in een andere vorm terug tot leven gebracht kan worden. Zij willen niet re-appropriëren, maar terugkeren. Naar eigen bodem.

Ook dat is een utopie, en dat is geweten. Maar dat maakt de heimwee (of fernweh) niet kleiner. Het maakt vooral hun afwijzing van kannibalisme op de dominante cultuur alleen maar groter. Hun verlangen kan niet op één twee drie getransformeerd worden in iets nieuws en ‘urban’. Daar is veel meer voor nodig.

Curator Michiel Vandevelde somt in zijn tekst over de tentoonstelling de muzen op die hem de afgelopen vijf jaar hebben geïnspireerd - een bibliografie die alleen maar bewondering oproept. Hij stelt vragen bij eurocentrisch-westerse interpretaties en het opleggen van westerse liberale waarden en normen. Hij spreekt over de constructie van de ander, maar helaas niet over de constructie van een andere hiërarchie, een andere opvatting van ruimte maken en macht afgeven.

Mijn voorgaande opmerkingen maken de kunstwerken in Extra City niet minder waardevol of de curatoren minder bekwaam. Het zijn vragen die gesteld moeten worden bij elke expositie, door elke bezoeker, schrijver én maker.

Maar nu, beste Joeri, heb ik je niets verteld over het kunstwerk aan de inkom en waarom het mij zo abrupt deed stoppen. Dat is stof voor een volgende mail.

Tot later, fijne avond,

Maryam


Van: Joeri Verbesselt
Onderwerp: Eating Each Other
Datum: 28 april 2018, 00:05

Dag Maryam,

Gelukkig blijft mijn kannibalenpels een pels, een vermomming, een persona dat ik kan aan- en afnemen. Je brief kon me daardoor nog steeds diep raken. Daarom nodig ik je graag uit voor een onthaasting, bij mijn kampvuur. Ik zal niet bijten…

Die al te hiërarchische en patriarchische maatschappelijk structuren waar je het over hebt, zijn inderdaad een probleem. De term 'postkolonialisme' is dat ook. Postkolonialisme is even onrealistisch als gevaarlijk in zijn suggestie dat een tabula rasa of nieuw tijdperk na het kolonialisme mogelijk is.

Ermias Kifleyesus, ‘Big country eats small countries’, (2009), courtesy de kunstenaar en Gallery Kusseneers

De Peruviaanse denker Anibal Quijano stelt daarom de term 'kolonialiteit' voor, wat continuiteit impliceert: het kolonialisme sleept nog altijd aan. De structurele economische macht van neoliberalisme, kapitalisme,... (het klinkt afgezaagd) houdt immers met haar octopusarmen de wereld in haar greep door zuurstof weg te zuigen uit de mogelijkheden tot échte politieke verandering. Kolonialiteit vraagt daarom om dekolonialiteit.

Kunstenaars zijn vrij, zeg je, maar in hoeverre zijn ze dat? Ze hebben meestal de instituties nodig om te overleven, om toch een beetje te ademen. Dat kunstenaars net niet onafhankelijk zijn van politieke structuren beseffen Andrade en Vandevelde ook. Daarom stellen ze allebei cultureel kannibalisme voor, als een strategie om binnen die afhankelijkheidsrelatie toch enige bewegingsruimte te vinden. Maar hebben Andrade en Eating Each Other het wel over hetzelfde kannibalisme?

Ik heb het gevoel dat de tentoonstelling kannibalisme reduceert tot culturele toeëigening, reappropriatie, en andere - reeds lang in de kunstcanon erkende - modewoorden. De popart van Andy Warhol of de feministische filmstill-imitaties van Cindy Sherman zijn daar slechts enkele van zovele voorbeelden van.

Over economische toe-eigening (van grondstoffen, arbeid,...) door het 'kapitalisme', voortbouwend op de initiële toe-eigening (zeg maar onteigening) van voordien gedeeld land, gaat Eating Each Other in mijn ogen uiteindelijk veel minder.

Kan ik nu doldwaas zeggen dat ik de Eating Each Other-tentoonstelling maar niets vindt, omdat ik daarin geen kannibalistische energie voel?

Nochtans wordt ook kunst voortdurend toe-geëigend in de esthetiek van commerciële reclame, en het nulpunt is wellicht de appropriatie van verzet. Recent zagen we dat nog gebeuren door Pepsi, in een video die verwijst naar 'black lives matter'-protesten. En nu gebeurt het in Brussel door Bozar, met zijn programma Occupy Bozar waarvoor het institutuut top-down verschillende kunstenaars uitnodigt om haar ruimtes te bezetten. (Laten we dat dus allemaal doen, en niet op uitnodiging, want Occupy gaat net om een bottom-up verzet waarr instituties net niet om vragen!)

Echt cultureel kannibalisme is geen strategie van, maar tégen appropriatie: opslokken en niet imiteren, digesteren en niet aemuleren. De resulterende kaka is voor de onderdrukker ongrijpbaar: giftig voor het eigen systeem en vruchtbaar voor nieuwe grond.

Echt cultureel kannibalisme is niet helder, precies of conceptueel. Want hoe doet kannibalisme zich voor in klassieke verhalen zoals Herman Melville's Moby Dick? Als laatste overlevingstrategie, als een verscheurende keuze op het randje van krankzinnigheid.

De kannibalenpels dient dan om hevig te keer te kunnen gaan met de energie van Frantz Fanon’s onderdrukten, die niet meer kunnen ademen. Als onderdrukte, wanneer je het moeilijk hebt, voel je heel veel negatieve energie. Een energie die niet vriendelijk wil vragen om verandering, maar schreeuwt om moord en brand.

Ik weet niet of jij deze energie deelt, Maryam, want ik voel ze niet in jouw schrijven. Wat echter daarin wel heel vertrouwd voelt, is een politiek correcte manier van voorzichtig argumenterend schrijven, zoals je lieve afsluitende opmerking over de waarde van de expositie en de bekwaamheid van de curatoren.

Extra City - Eating Each Other

Al meermaals waarschuwden mentoren me om in mijn schrijven 'op te passen om geen bruggen op te blazen'. Al meermaals poogden de voorwerpen van mijn teksten (ook kunstenaars) om mijn schrijven te redigeren naar hun smaak. Moet de (jonge, onbekende) auteur zich steeds op een of andere manier compromitteren? Toch niet helemaal het achterste van haar/zijn lelijke tong laten zien? Een aantal vieze woorden terug inslikken? En dan achterblijven met de buikpijn? Dat weiger ik steeds meer.

Misschien trek ik daarom zo graag mijn kannibalenpels aan. Want dan durf ik te schreeuwen wat ik wil, wek ik tegelijk fascinatie en afkeer op, en blijft mijn ‘zijn’, mijn ‘wezen’ ongrijpbaar, waardoor ik misschien een angst creëer die de machthebber kan blijven achtervolgen. Verzet heeft geen baat bij het soort compromis waar uiteindelijk ook culturele appropriatie op neerkomt. Leve het kannibalisme!

Kan ik nu doldwaas zeggen dat ik de Eating Each Other-tentoonstelling maar niets vindt, omdat ik daarin geen kannibalistische energie voel? Is dat arrogant van me? Communiceer ik beter geweldloos en 'beschaafd', waarbij al het subversief vermogen wegsijpelt? Zodat we op het einde van het gesprek kunnen concluderen dat alles goed gaat en we allemaal dikke vriendjes zijn? En we de vraag om verandering al lang vergeten zijn?

Alleen met mijn kannibalenpels aan durf ik te schreeuwen wat ik wil, en creëer ik misschien een angst die de machthebber kan blijven achtervolgen.

Misschien, Maryam, kunnen wij wel vrijuit onder ons spreken? Een brief is immers intiem bestemd voor de correspondent, en niet in de eerste plaats bedoeld voor derde lezers. Nu, aan het knetterende kampvuur, leen ik je graag, en enkel indien je dat wil, mijn kannibalenpels uit. Of misschien heb je er zelf een liggen.

De geschiedenis leert dat de trope van de kannibaal werd gevolgd door repressie, vervolging en vernietiging van 'niet-beschaafden'. Maar de figuur van de kannibaal leeft nog, en leert dag aan dag bij, totdat…

Ernaar uitkijkend van je te horen,

Joeri


Van: Maryam K. Hedayat
Onderwerp: Eating Each Other
Datum: 27 mei 2018, 19:34

Beste Joeri,

Toen ons gevraagd werd een mailverkeer aan te gaan om de expo Eating Each Other te bespreken, dacht ik dat we vanuit verschillende perspectieven over de (on)mogelijkheid van re-appropriatie en kannibalisme zouden filosoferen, en daarbij in het beste geval tot nieuwe inzichten zouden komen. Het is anders gelopen.

Onze verschillende denkkaders, die onze communicatie ontregeld hebben, blokkeren momenteel de echte review. Je weet op dit moment wellicht niet wat ik bedoel, want je bent je - denk ik - niet bewust van je (onder)toon. Doorheen je schrijven veranderde je uitwisseling in redevoering. In je mail neem je een rol aan: niet die van een gelijkwaardige, zoekende ziel, maar die van een alwetende overlevingsstrateeg die moeiteloos academische definities overneemt, zonder zich af te vragen vanuit welke context hij dat doet en voor wie hij dat nou eigenlijk doet.

Linah Dalifa, ‘Claiming territory’, (2018), courtesy the artist

Je weet goed te formuleren wat een “onderdrukte” moet denken en hoe die moet leven. Hoe die in de wereld moet staan, schrijven en communiceren. Spijtig dat er zo vaak voor de trope van de redder wordt gekozen: de redder van de gekoloniseerden.

Spijtig dat er aan ervaringsdeskundigen zo vaak uitgelegd wordt wat moed, strijd en strategie is. Sneu dat ik moet constateren dat iemand die over appropriatie schrijft, zelf net die strijd van de onderdrukten approprieert. Het was fijn geweest mocht je eerst wat vragen gesteld hebben, in plaats van meteen met vaststellingen en how to’s af te komen: Revolution 101 voor de verloren zielen van de pelsloze-non-revolutie.

Ik schreef in mijn brief dat ik een tendens rond mij zag: burgers en makers die de strijd die je beschrijft niet willen leveren, die niet willen kannibaliseren. Niet omdat ze politiek correct willen zijn, niet omdat ze hun vriendschappen of bruggen intact willen houden, maar omdat ze moe zijn. Omdat hun buik vol is.

Ze willen niet kannibaliseren, ze willen repatriëren. Vrijwillig repatriëren. Indien niet fysiek, dan zeker wel mentaal. Ook dat is een keuze en een strategie. Een strategie die jij niet acceptabel vindt omdat jij in een (theoretisch) agressieve strijd gelooft. Jij wil kannibaliseren. Overheersen. Consumeren. Iets nieuw establishen. Het zijn termen die het westerse imperialistische en koloniale standpunt niet onbekend zijn.

Je lijkt die geschiedenis heel even vergeten te zijn. Opslorpen is je nieuwe motto, zonder de nalatenschap van structurele, sociale of culturele onderdrukking in acht te nemen. (Concepten waar jij persoonlijk niet schuldig aan bent, maar aan selectief bewustzijn zijn velen anno 2018 wel schuldig aan.)

Je toon verraadt dat je een product bent van je omgeving: een vleesgeworden instituut.

Hierboven doe ik een aanname die tegengesproken kan worden, want uiteraard ken ik je identiteit niet. Je echte identiteit. Je seksuele identiteit. Maar als ook hier sprake is van een witte, hoogopgeleide, cisgendered, heteroseksuele identiteit - de identiteit van zoveel machthebbers uit onze verlichte Westen - dan is het niet zomaar projectie. Dan definieer je - hetzij met gemak, hetzij onbewust - wat échte strijd is, zonder in acht te nemen vanuit welke machtspositie (kleur, klasse, positie, privilege) en welke context (wit-westers-academisch) jij dat doet.

Je vaagt of ik je pels even wil lenen? Dan vraag je mij dus te strijden zoals jij zou willen strijden, op jouw terrein, op jouw manier. Je gaat er vanuit dat ik geen strijd lever, omdat ik dat niet volgens jouw voorschriften doe. Je hebt me duidelijk niet willen aanhoren, toen ik je tussen de regels door iets wilde vertellen over mijn strijd: mijn hoop die telkens botst met mijn moedeloosheid en apathie.

Je doet mijn poging om de tentoonstelling van Extra City als hoopvol te beschouwen af als politieke correctheid. Je toon verraadt dat je een product bent van je omgeving: een vleesgeworden instituut. De patriarch spreekt en men zal luisteren, maar wanneer gaat de patriarch eens naar anderen luisteren?

Het ware mooi geweest dat je de dualiteit van mijn strijd had erkend. Dat je had ingezien dat het de hoop was die sprak: de hoop dat, hoe gebrekkig de instituten nu ook zijn, het ooit kan veranderen, net omdat er zoveel capabele mensen beginnen te begrijpen dat onze samenleving zo niet werkt.

Mashid Mohadjerin, 'Protest painted Black', (2013), courtesy de kunstenaar

Maar laten we die strijd eens bekijken, vanuit het uitgangspunt van deze tentoonstelling: Het Kannibalistische Manifest van Oswald de Andrade.

Andrade meende dat de smeltkroes van verschillende culturen die Brazilië in 1928 vormden, plaats moesten maken voor een nieuwe en unieke cultuur, in plaats van zich te onderwerpen aan de Europese kolonisator. Andrade ging er dus van uit dat op Braziliaanse grond een gemeenschappelijke drang heerste om dé perfecte Braziliaan te scheppen.

Extra City neemt zijn filosofie over voor de expo Eating Each Other en jij verdedigt het kannibalisme die hij predikt. Maar hoe ben jij zo zeker dat dat sentiment, die drang naar één perfecte burger, ook heerst in onze Lage Landen?

Onze Congolese, Turkse, Koerdische, Bulgaarse, Italiaanse, Iraanse, Marrokaanse, Spaanse,… gemeenschappen zijn niet op zoek naar dé perfecte Europeaan, me dunkt. Ze zijn op zoek naar medeburgerschap. Ze willen een Europa waar ze een echte stem krijgen en volwaardig bestaansrecht hebben. Zij willen gelijkwaardig naast andere culturen kunnen leven en zijn en creëren.

Een Braziliaanse theorie in een Vlaams kader wringen kan tof zijn, maar de complexe migratie- en kolonisatiegeschiedenis van Brazilië is in de verste verte niet te vergelijken met de relatief jonge migratiegeschiedenis van België. De ‘nieuwe’ culturen in België willen pluraliteit en erkenning voor die pluraliteit. Pas nadat alle groepen en culturen zich gevaloriseerd, gehoord en gerepresenteerd voelen, pas nadat de illusie dat het Westen dominant is op elk terrein wegvalt in het Westen, dan pas kan er misschien sprake zijn van een vrijwillig kannibalisme.

Als we enkel door agressie en consumptie die gelijkwaardigheid moeten behalen, dan hebben we het naar mijn mening te snel opgegeven.

Waarom kiezen voor de logica van overheersing en opslorping? Waarom niet gaan voor een logica van vermeerdering? Als we enkel door agressie en consumptie die gelijkwaardigheid moeten behalen, dan hebben we het naar mijn mening te snel opgegeven. Hoe ben je zo zeker dat die opslorping een magisch/toxisch wondermiddel tegen de overheerser zal voortbrengen? (Verschillende stukken bij elkaar brengen, eenmaken en hopen dat je iets ‘modern’ gaat creëren: plots zit ik in de wereld van Mary Shelley en zit de monster me achterna.)

Wie kan bovendien verzekeren dat er geen assimilatie zal plaatsvinden? Hoe kan men dat (niet)theoretisch bewijzen? Is dat ergens al gelukt, behalve misschien in de muziek? En dan nog… Elvis blijft The King en zal altijd The King blijven.

Het blijft allemaal theorie natuurlijk. In theorie wil jij revolutie, maar een revolutie maakt altijd slachtoffers. En in dit geval zouden de institutionele en culturele casualties allesbehalve wit zijn.

Je bood me je pels aan, lieve Joeri, maar hou die maar. Ik heb geen nood aan geleende, dode dieren die je makkelijk aan en af kunt doen. Strijden is één met mij, zoals die één is met zovele anderen met andere identiteiten.

Maar omdat je mij zo vriendelijk iets wilde aanbieden, wil ik graag hetzelfde terugdoen. Ik leen je graag mijn buskaart, of misschien heb je er zelf wel één? Misschien kan je die gebruiken om mij halverwege ergens te ontmoeten. Daar kunnen we pogen een echt gesprek te hebben over (re)appropriatie, onderdrukking en privilege. En misschien eindelijk dat werkje aan de inkom van de expositie bespreken.

Groet,

Maryam


Van: Joeri Verbesselt
Onderwerp: Eating Each Other
Datum: 5 juni 2018, 15:17

Beste Maryam,

Onze correspondentie is serieus afgedwaald van waar het initieel over zou gaan: de Eating Each Other-tentoonstelling. Wat betekent het wanneer een discussie over kunst transformeert naar een discussie over perspectieven? Zegt dat iets over deze kunst, het topic, de schrijvers? Of over dit alles, en meer? Tentoonstellingsinhoud belichaamt steeds een perspectief (of perspectieven) en dat botste blijkbaar op onze perspectieven, die dan weer op elkaar botsten.

Aan het eind van deze correspondentie komt de woeste kannibaal tot inkeer. Waarom voel ik mij aangetrokken tot het spelen met de figuur van de kannibaal?

Extra City - Eating Each Other

Ik kan twee redenen aanwijzen. De eerste reden gaat over het ontlasten van mijn lichaam. Ik voel mijn identiteit aan als ontworteld; ik kan mij erg vreemd en eenzaam voelen in eigen land, stad en buurt. Soms heb ik het moeilijk om te weten wie of wat ik ben. Vaak weet ik beter wat ik niet wil dan wat ik wel wil.

Ik voel mij haast een speelbal van de maatschappij en haar meningen en oordelen: tussen religieuze waarden, familiale verwachtingen, financiële noodzaak, aantrekkelijke reclame, de interesses van vrienden en zo veel meer. Overal rond mij razen prikkels die me vertellen wie ik zou moeten zijn, maar uiteindelijk maakt het wanhopig volgen van zulke prikkels me alleen maar angstiger en onstabieler. Mijn lichaam is ziek en mijn identiteit is leeg…

Gelukkig heeft iedereen unieke intuïties en gevoelens, en ik probeer meer en meer op de mijne te vertrouwen. Ik probeer mijn identiteit opnieuw vorm te geven door de prikkels om me heen te kannibaliseren: ze op te nemen, ze te belichamen én te voelen hoe mijn lichaam erop reageert, om ze dan weer uit te scheiden. Behalve kaka schiet daarbij over wat mijn lichaam uit deze prikkels opnam als nutriënten om mijn identiteit te boetseren.

Op mest ga je geen huizen bouwen, maar ze kan wel de zaadjes doen ontkiemen van iets dat in de toekomst vruchtbaar kan zijn.

De tweede reden gaat om het co-genereren van mest. Mest voor op een land dat we kunnen delen, waarop we kunnen werken omdat het vruchtbaar is. Sommige opgeslokte dingen en ideeën kunnen in mijn lichaam resoneren. Bij het afscheiden is een nieuwe en unieke entiteit gecreëerd, waarin van de oorspronkelijke prikkels enkel nog sporen te traceren vallen, maar die ultiem, samen met mijn lichaam, iets nieuws hebben gevormd. Op mest ga je geen huizen bouwen, maar ze kan wel de zaadjes doen ontkiemen van iets dat in de toekomst vruchtbaar kan zijn.

Ik kies het masker (de pels dus) van de kannibaal omdat ik me daarin voel alsof ik iets kan zeggen over mijn onderdrukte verlangens en gevoelens. Omdat ik ook tegen mijn limieten aanloop, en soms op mijn tandvlees zit. Als ik schrijf als een culturele kannibaal, dan beeld ik me in dat ik mag schrijven vanuit mijn eigen gevoelens en met een open perspectief.

Ik schrijf om te spelen en te delen. Misschien is mijn vrij gebruik van de kannibalistische metafoor een onproductieve vorm van geweldvolle communicatie? Ik vraag me af of ik in al mijn geschreeuw wel genoeg naar jou heb geluisterd, naar wat je voelt en wat je nodig hebt — al is het niet makkelijk om over gevoelige topics te schrijven wanneer we elkaars fysieke aanwezigheid niet kunnen zien, en elkaars gevoeligheden niet kunnen aanvoelen.

Daarom neem ik ook graag jouw buskaartje aan. Ik zal een zachte kannibaal zijn.

Tot gauw,

Joeri


Van: Maryam K. Hedayat
Onderwerp: Eating Each Other
Datum: 7 juni 2018, 13:40

Beste Joeri,

De toneelschrijfster Yasmina Reza schreef eens: ‘Als ik ik ben omdat ik ik ben en als jij jij bent omdat jij jij bent, dan ben ik wie ik ben en ben jij wie jij bent. Als ik daarentegen ben wie ik ben omdat jij bent wie jij bent, en als jij bent wie jij bent omdat ik ben wie ik ben, dan ben ik niet wie ik ben en dan ben jij niet wie jij bent.’

Deze mooie reflectie over wie we zijn en willen zijn en hoe we veranderen wie we zijn door context, geschiedenis, angst en pijn, is toepasselijk voor onze (ontspoorde) communicatie.

Identiteit is een ongrijpbaar iets. Constructie van identiteit, transformatie van identiteit, contextualisering van identiteit: allemaal concepten die uitvoerig beschreven staan in sociologische en psychologische handboeken. Maar in het echte leven bieden definities vaak geen houvast.

Mashid Mohadjerin, 'Golden Dictator', (2013), in 'Eating Each Other', (c) Tomas Uyttendaele

De crisis die je beschrijft in je laatste brief, herken ik goed. Daarom ben ik tegelijk verdrietig en blij en vol verwondering over hoe we telkens denken anders te zijn om dan toch weer verrast te worden door zoveel overeenstemming die we delen.

Je schreef dat je doorheen je geschreeuw misschien niet naar mij hebt geluisterd. Ik heb door mijn innerlijke storm jou dan weer niet gelezen; ik heb jouw strijd niet herkend.

(Even een meta-tussendoortje: ik moet ook een beetje gniffelen over onze onbewuste vooruitziendheid. Zoals je beschreef zijn we afgedwaald van de oorspronkelijke intentie van het opzet: we zouden schrijven over re-appropriatie en een online reflectie bieden in lijn met het Dekoloniseer-nummer van rekto:verso. Maar feilloos zijn we bij de twee volgende themanummers beland, over kwetsbaarheid en polarisering. Polarisering is zo een krachtig woord. Wie polariseert ons eigenlijk? Wijzelf of de ander? Onze innerlijke demonen, onze gekwetste zielen of de externe wereld die ons maar niet lijkt te horen of te begrijpen.)

Polarisering impliceert tegengerichtheid en verwijdering. Wat zou een antoniem kunnen zijn? Toenadering?

We hebben de werken van de tentoonstelling misschien niet uitvoerig ontleed, maar de maskers van Mashid Mohadjerin (en haar Safety Goggles aan de inkom van Extra City) zijn voor mij onmisbaar in dit gesprek. In haar werk verdiept Mohadjerin zich in de complexiteit van identiteiten en focust ze op verzet. In een interview vraagt ze: ‘Er zijn mensen die vluchten en migreren, maar er zijn mensen die blijven, die vechten. Wie zijn zij?’

Wij zijn mijlenver verwijderd van die mensen en contexten die Mashid portretteert, maar strijdvaardigheid - of het nu in eigen land is of in je tweede land - dat delen we; op onze eigen, unieke manier.

Polarisering impliceert tegengerichtheid en verwijdering. Wat zou een antoniem kunnen zijn? Toenadering? Laten we daarmee beginnen en alvast de fysieke afstand tussen ons kleiner maken.

Tot gauw,

Oprechte groeten,

Maryam