Dag Koen Sels

Door Nadia Sels, op Thu Oct 10 2019 22:00:00 GMT+0000

Elke vrijdag pent een van onze vijf vaste online correspondenten een brief. Deze week feliciteert Nadia Sels schrijver Koen Sels met zijn nieuwste roman Gloria én schotelt ze hem terloops ook een moeilijke vraag voor: moeten kunstenaars vragen stellen of antwoorden geven?

We zagen elkaar vorige week nog in Extra City te Antwerpen, waar de opvolger van je debuut Generator werd voorgesteld: Gloria. We gingen toen, bij wijze van presentatie, kort in gesprek om een aantal van de vele onderwerpen uit je nieuwe roman af te tasten. Deze gaat over de geboorte van een dochter en wat dat met een vader doet. Over de moeilijkheid een (nationale) identiteit te hebben. Over, zoals het op de achterflap staat, ‘nieuw leven, geluk en verlossing in een tijd van depressie, onzekerheid en desintegratie.’

Ik vond het een prachtige en bizarre avond – het blijft bevreemdend dat de neef die ik kende als kind en daarna jarenlang uit het oog verloor, plots een van mijn favoriete Nederlandstalige auteurs is.

Na ons gesprek bleef er nog zoveel onbesproken. Vandaar deze brief over één van de thema’s die we toen kort hebben aangeraakt: kunstenaarschap. In Gloria worstelt het personage van de jonge vader, die uiteraard verdacht veel op jou lijkt, daar voortdurend mee: ‘Ik ben geen kunstenaar, dacht hij, ik ben bediende. Stempel documenten af. Eerst de dingen, misschien nooit iets daarna.’

We hadden het er kort over dat jij kunstenaarschap graag zou willen zien als iets democratisch, dat voor iedereen toegankelijk is. Dat ideaal hangt samen, denk ik dan, met een recht op individualiteit dat je voor iedereen zou willen opeisen. De mogelijkheid om weerstand te bieden aan culturele patronen, de vrijheid om er zelf iets nieuws tegenover te stellen.

Maar iets dat ik je de hele avond, tot mijn grote opluchting, niet heb horen zeggen, was dat je dingen ‘in vraag wilt stellen’. Nochtans hoor ik allerhande kunstenaars voortdurend beweren dat dat is wat ze doen – of anders beweren kunstcritici het wel over hen. Beschaamd geef ik toe dat ik die stoplap wellicht zelf in menig oude tekst gebruikt heb.

ik krijg de laatste tijd jeuk van die doodvermoeide frase, 'in vraag stellen'.

Ik weet niet hoe jij erover denkt, Koen, maar ik krijg alleszins de laatste tijd jeuk van die doodvermoeide frase. Mijn slechtste kant krijgt dat visioenen waarin die mensen afgevoerd worden naar een donker lokaal met rammelende grijsgroene Mewaf-klasseerkasten, waarin een morsige rechercheur hen onder het felle licht van een industriële bureaulamp toeroept: ‘Antwoorden! Wij willen antwoorden!’
‘Maar waarover dan?’
‘Op de dingen. Misschien nooit iets daarna.’

Gloria was voor mij een antwoord op vele dingen waar ik zelf nu en dan geen blijf mee wist, waar ik me afschuwelijk weerloos tegen voelde. Kinderfilmpje of internet, bijvoorbeeld. Of de wijze waarop de lichamelijke aanwezigheid van vreemden soms plots overweldigend kan zijn. Of de gruwel van lichtjes abject en afkoelend voedsel, geserveerd op familiefeesten.

Maar kijk, dan lees ik in Gloria de volgende zin: ‘Het idiomatische de mensen: de andere clans, tafels, wagens. Het onbegrensde lichaam dat deze mensen en ook henzelf had voortgebracht omrandde alles stilzwijgend en negatief, als gestold vet aan de randen van het vleesbrood.’ En dan haal ik opgelucht adem. De werkelijkheid is overweldigend, maar we zijn er niet passief aan overgeleverd. Iemand heeft de chaos geduid, van repliek gediend.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind niet dat kunst noodzakelijk moet blijven hangen in het hyperpersoonlijke. Alle bewondering – nodig is het zeker – voor wie bovendien ook de maatschappelijke dimensie van de dingen in beeld kan brengen. Ook jij verweeft in Gloria trouwens naadloos politiek en cultuurkritiek met de intieme dimensie van het verhaal, via motieven zoals het Wereldkampioenschap voetbal, sociale media, de verkiezing van de man met de ‘getuite, ronde vortex als een mond’, het restylen van de Vlaamse Leeuw.

Wanneer een kunstwerk zich laat herleiden tot het poneren van vragen, voel ik me meteen balsturig worden.

Maar wanneer een kunstwerk zich laat herleiden tot het poneren van vragen, voel ik me meteen balsturig worden. Juist die pose van het ‘in vraag stellen’ voelt voor mij in sommige gevallen belerend en pretentieus aan. Alsof hun publiek zelf niet intelligent genoeg is om pijnpunten aan te voelen. Alsof ze zich, na het lezen van de krant ’s ochtends, niet sowieso al eindeloos veel vragen stellen.

De ‘kritische pose’ van de kunstenaar komt bij mij soms binnen als een slinkse truc om juist een soort kwetsbaarheid te omzeilen. Om zich in een veilige intellectuele metapositie te manoeuvreren die verder, in veel gevallen, tot niets verplicht.

De ‘kritische pose’ van de kunstenaar komt bij mij soms binnen als een slinkse truc om juist een soort kwetsbaarheid te omzeilen.

Wie daarentegen persoonlijke of collectieve antwoorden probeert te formuleren, kan aan de kaak gesteld worden. De grenzen van je voel- en denkvermogen komen ook meteen onder de loep, en het wordt onvermijdelijk duidelijk dat je zoals iedereen een op de tast in de existentie rondstrompelend persoontje bent.

En hoe mooi, hoe troostend kan dat zijn.

In jouw Gloria lees ik iets dergelijks: het spel van vraag en antwoord wordt immers voortdurend gespeeld in de dialoog tussen ouder en kind. Je beschrijft hoe de geboorte van het meisje Gloria (lofzang op de schepping!) voor haar vader een uitnodiging is om ‘direct en zonder aarzelen te spreken in een taal die hij kende’. Als ouder wordt hij willens nillens de antwoordgever, de ‘woordvoerder van de dingen’, met alle twijfels vandien.

In fragmenten schets je hoe de taal tussen hen in met horten en stoten opnieuw wordt geboren: ‘Omdat hij haar niet meteen hielp, formuleerde ze een door hem vaak gestelde vraag als vaststelling, jammerklacht: “lukt het beetje, lukt het beetje!” Inderdaad, lukt een beetje, maar ook niet meer dan dat. Hij is haar gids in de werkelijkheid, maar juist in die rol is ook hij degene die de dingen opnieuw moet leren kennen: “Hij legde het uit als vroeg hij haar om uitleg en correcties, alsof hij examen aflegde.”’

Je kent wellicht de laatste woorden die aan Getrude Stein worden toegeschreven – ‘What is the answer?’ zou ze gevraagd hebben volgens haar partner Alice B. Toklas. En toen die daar een stilte op liet volgen: ‘In that case, what is the question?’

Ik heb die hele scène altijd verdacht gelikt gevonden. De clue is wellicht dat er in de eerste plaats geen vraag is, dat het universum veel te betekenisloos en lukraak is (zie het vleesbrood) om zelfs maar een raadsel te zijn. Maar dat wil nog niet zeggen dat er niet geantwoord moet worden.

Nee, dan liever Ninja, de frontman van de Zuid-Afrikaanse groep Die Antwoord. Wanneer hij in de video ‘Zef Side’ van een interviewer de vraag krijgt wat de groepsnaam betekent, antwoordt hij laconiek ‘the answer’. ‘The answer to what?’ echoot de interviewer hardnekkig Gertude Stein. Waarop Ninja even stilvalt, sprakeloos over zoveel dwaasheid, en dan, met opgetrokken mondhoeken: ‘Whatever man…Fuck.’

Ik denk dat kunst mij het liefste is als ze zich ronduit durft te stellen. Roekeloos als een kind dat je plots door de babyfoon hoort brabbelen tegen niemand in het bijzonder

Ik denk, Koen, dat kunst mij het liefste is als ze zich, zonder voorbehoud, ronduit durft te stellen. Roekeloos als een kind dat je plots door de babyfoon hoort brabbelen tegen niemand in het bijzonder, met halfbakken begrippen maar vol intonatie – een universum van sensatie in expansie. Of juist vol twijfels maar vol zorg, als een liefhebbende ouder, een bij voorbaat tot miscommunicatie gedoemde ‘vertegenwoordiger van de dingen’, die al tiktakkend met mij een al bestaande wereld in al zijn complexiteit probeert uit te plooien.

Dat is alleszins hoe ik Gloria heb gelezen. Ik hoop dat ik je prachtige roman hier met mijn interpretatie niet teveel geweld heb aangedaan, beste Koen. Ook in kan niet anders dan mij in stellen, dwaasheid inclusief. Maar een brief vraagt altijd ook om een antwoord. Ik hoop van je te horen.

Hartelijke groet
Nadia