| Outsider wint cultuurprijs |
Pagina 1 van 3 auteur Wouter Hillaert
In december miste hij op een haar na de jaarlijkse Taalunie Toneelschrijfprijs. Gisteren won hij alsnog de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor Toneelliteratuur. Wat heeft Peter De Graef voor op de rest?
Allereerst: er is niet zoveel rest. De Vlaamse toneelschrijfkunst is een kunst waartoe steeds meer zich geroepen voelen — makers, acteurs, collectieven — maar slechts weinigen zijn uitverkoren. Veel heeft te maken met het gewijzigde statuut van de tekst in het Vlaamse theater, een evolutie die zich sinds de jaren tachtig steeds sterker heeft doorgezet. We leven vandaag in een makerscultuur. 'Laten we samen iets doen' komt veelal voor 'die tekst moet nu gespeeld worden'. Spelers-makers schrijven dan vaak zelf iets bijeen, al dan niet op basis van improvisatie. De repetitievloer regeert, niet langer de schrijftafel. Een stuk (vandaag is 'tekst' een correcter woord) is eenmalig opvoeringsmateriaal geworden, geen literatuur die overleeft en later ook nog door anderen opgevoerd wordt. Kind van de rekening is de klassieke theaterauteur, die een stuk schrijft omdat hij of zij iets te vertellen heeft. Schrijvers die nog zo redeneren, zoals Guido Van Meir, en hun stukken spontaan insturen naar gezelschappen, worden even spontaan genegeerd. Zij passen niet in het geldende plaatje van 'de eigen noodzaak van de maker'. Vandaag zijn het de regisseurs die schrijfopdrachten geven, en overleven enkel die schrijvers die in nauw contact staan met de repetitievloer, met de theaterpraktijk. Arne Sierens, Tom Lanoye, Peter Verhelst, Filip Vanluchene, Jeroen Olyslaegers, Jan Lauwers, Stijn Devillé, Jan Decorte, Eric De Volder, Josse De Pauw: bijna allemaal zijn het makers (geworden). Tegelijk zijn het wel allemaal artiesten die van hun tekst nog een werkstuk op zich maken: iets met literaire kwaliteiten, dat autonomie claimt ook los van de opvoering. Zij zijn in Vlaanderen op twee handen te tellen. Peter de outsider De zeskoppige jury die de Cultuurprijs voor Toneelliteratuur mocht uitreiken, hoefde dus niet uit een oneindig grote vijver te vissen. Maar ze koos uit dat vijvertje wel Peter De Graef, vóór klepper Tom Lanoye en alom gerespecteerd auteur-maker Bart Meuleman. Een keuze voor de outsider, zeg maar. Al is Peter De Graef een naam die klinkt, zijn intussen twintig jaar lange carrière als auteur (en dertig jaar als speler) heeft zich grotendeels ontwikkeld in de periferie van het Vlaamse podiumkunstenveld. Na zijn schrijfdebuut-solo Et voilà in 1991 richtte hij datzelfde jaar met An De Donder en Luk Nys de veelbelovende groep Nova Zembla op, maar van zodra die structureel erkend werd, stapte hij er met De Donder in 1994 weer uit. De Graef wou liever een eigen structuur. Dat zou De Stichting worden, vandaag Dwama: overlevend op projectsubsidies, opererend aan de zijlijn. Zoals de dingen gaan (2008), de solo waaraan De Graef zijn Cultuurprijs te danken heeft, maakte hij bij het kleine Rataplan in Borgerhout. En al kwam hij sinds 2001 meermaals in de spotlights met teksten en/of regies bij HETPALEIS (De winter onder de tafel, Da' isss, Marianne, Vaders en eieren), in die tijd is hij net zo vaak naar Nederland uitgeweken. De Graef is een buitenstaander-einzelgänger, en wil dat ook zijn. Tegelijk heeft hij iets wat iederéén charmeert, begeestert en emotioneert. Wat kan dat zijn? |