‘365 dagen actie in Antwerpen’, zo bestempelt het Kalender09-project van Benjamin Verdonck zichzelf. Een jaar lang wijdt de kunstenaar-knutselaar zich uitsluitend aan gratis artistieke interventies in zijn thuisstad, opgehangen aan speciale kalenderdata of plotse actualiteiten. Een opgemerkte keuze voor onopgemerktheid, evalueert Wouter Hillaert na negen maanden Kalender09. Gezwind gaat hij in op Verdoncks open oproep van 18 september, Dag van de Democratie, om zelf projectvoorstellen in te dienen.
Gent, 10 oktober 2009
Beste Benjamin, mijn idee:
Voor zover dat kan als niet-Antwerpenaar, volg ik Kalender09 geboeid. Op de datum van vandaag vond ik op je docu-site www.kalender09.be deze notitie van jou: ‘Ik denk heel de tijd: ik kom te laat, ben onvolkomen. Krediet gekregen om uit te vlooien wat de waarde is van wat ik allemaal denk te moeten doen. Oktober, november, december. (Zal daarna eindelijk iemand opstaan en verkondigen: geslaagd of net niet?)’ Wel Benjamin, ik ben gaan zitten en heb mezelf ingeprent om eens géén al te zware verkondigingen te doen, laat staan je rapport uit te schrijven. Wel wil ik enkele gedachten delen, precies over waarde en onvolkomenheid. Ik loop er door je complexe onderneming al een week over te dubben. Wat leert Kalender09 over de mogelijkheden van kunst om buiten haar eigen perken te treden? Vandaag ben ik tot dit voorlopige idee gekomen: net onvolkomenheid dreigt tegenwoordig te veel waarde te krijgen in de kunst. Lap, daar heb je mijn eerste verkondiging al.
Waar draait Kalender09 om? Een van je uitgangspunten is speciale dagen zoals (religieuze) feesten of volkstraditionele ijkpunten als kapstok te gebruiken voor je openbare ingrepen. Die data geven een ritme aan de verlopende tijd, zoals elk kunstwerk dat nodig heeft. Nu is het me opgevallen dat dat ritme lijkt uit te deinen. Waar vroegjaarlijkse toestanden als de solden, Driekoningen of Ashura meteen geestdriftig met een actie bedacht werden, zag ik in de zomer een ander uitgangspunt aan belang winnen: ‘het verlangen om mijn dagelijkse doen en laten (het leven) te laten samenvallen met wat ik maak (de kunsten)’, zoals je op 29 mei noteerde. De hele eerste juniweek raapte je dagelijks al wandelend door de straten verloren prutsen op, in augustus las ik vooral verslagjes van ‘huisvlijt’: een raam kalleren (vastzetten zodat het open blijft staan, red.), een piano verhuizen, een wiegje knutselen. Heeft ook een artiest recht op betaalde vakantie?
Ik zie die ‘vertraging’ passen in een bredere ontwikkeling binnen Kalender09: die naar een meer bedachtzamere, reflectieve aanpak. Ook vrije gedachten gingen gelden als acties, net als reproductie van vroeger werk (man op boom bij zonsopgang, 3 juli) of de opvolging van eerdere ingrepen (je publieke volkstuintje bij het Museum voor Schone Kunsten) en de reacties daarop van derden. Meer en meer lijkt Kalender09 neer te komen op ‘bezig zijn met Kalender09’. Kan het zijn? Het werk articuleert zich steeds meer in de vragen erover. Niet alleen vragen over de waarde van wat je doet. Ook over hoe je in een grote stad een ‘gerucht’ kan kweken, en burgers zelfs tot interactie krijgt. Lees ik het correct tussen de lijnen dat je wat ontgoocheld bent over die respons? Pas recent, als na een zwangerschap van negen maanden, baren zich de eerste positieve signalen. Zo vond je gisteren op de Rooseveltplaats, in je kartonnen huisje met daarop ‘iedereen welkom’ (geďnspireerd op een geldautomaat in het Brusselse Noordstation, toch?) een mysterieus briefje: ‘Beste, ik was graag bij jou op bezoek geweest, maar ik vond de deur niet.’ Precies daarover wou ik het hebben, denk ik.