Een toekomst van enen en nullen?

Door Bjorn Gabriels, op Fri May 02 2014 06:28:22 GMT+0000

De distributie van filmdocumentaires blijft een prangend probleem. Zelfs de meest hoopvolle stemmen geven aan dat er nog veel ruimte voor verbetering is. En dan hebben ze het nog maar over de verspreiding van nieuwe producties. Op enkele schaarse uitzonderingen na – zoals de documentaires van Henri Storck of Frans Buyens – zijn oudere documentaires (zelfs die van niet zo heel lang geleden) nauwelijks tot niet beschikbaar. En wat is een filmcultuur zonder verleden? Voor nieuwe films oogt de situatie bedenkelijk, maar niet uitzichtloos.  (Filmmagie)

Afgelopen jaar was de Brusselse cinema Aventure zowat de enige die voortdurend (en langdurig) meerdere documentaires op het programma had staan. De Oscar-genomineerde The Search for Sugar Man (Malik Bendjelloul, 2012) – tevens publiekswinnaar op IDFA in 2012 – prijkte er maandenlang op de affiche, net als The Sound of Belgium (Jozef Devillez, 2012) – winnaar van de Ensor voor beste documentaire in 2013, ook een populariteitsprijs eigenlijk. Behind the Redwood Curtain (Liesbeth De Ceulaer, 2013) kreeg er eveneens een bioscooprelease zoals die doorgaans enkel is weggelegd voor fictiefilms.

Berichten over de terugkeer van de documentaire in de bioscoop ten spijt, heeft de overgrote meerderheid van de (weinige) in de zalen verdeelde documentaires echter een zogenaamd evenementiële release. Ze maken geen deel uit van de vaste (dagelijkse) filmprogrammering, maar worden een of enkele keren vertoond, vaak aangevuld met een inleiding of Q&A.

Festivals: een jaar lang filmbeleving

The Sound of Belgium.jpgFestivals zijn bij uitstek een platform voor de filmvertoning als evenement. Zowat alle filmfestivals, ook in Vlaanderen, hebben tegenwoordig documentaires op het programma staan. Op het filmfestival van Venetië ging de Gouden Leeuw 2013 verrassend naar de documentaire Sacro GRA van Gianfranco Rosi, die prompt sprak over een trendbreuk: 'Het is werkelijk een moedige daad. Er is een barrière doorbroken. Eindelijk worden documentaires even serieus genomen als fictiefilms.'

Eerder in 2013 kopte _Screen Daily _al: ‘Cannes: Documentary Boom’. Het vakblad wees op de aanwezigheid van diverse geselecteerde documentaires, maar benadrukte vooral de toename van non-fictie op de Marché du Film. Sinds 2012 heeft de filmmarkt aan de Côte d’Azur een Doc Corner, speciaal voor professionals die zich bezighouden met de aankoop en programmering van documentaires. Aan Screen Daily verklaarde Anais Clanet, manager van productie- en distributiebedrijf Wide House: ‘Ik heb zeker de indruk dat steeds meer bedrijven die traditioneel specialiseerden in fictie zich op documentaires richten. Ze hebben gerealiseerd dat documentaires eigenlijk winstgevender kunnen zijn dan fictie en gemakkelijker te plaatsen zijn, zeker wanneer er bij de televisie steeds minder ruimte is voor fictiefilms. Mensen willen dieper ingaan op onderwerpen dan de actualiteitsprogramma’s op televisie doen. Als je een sterk verhaal hebt, vind je wel een publiek.’

Het is uiteraard nog maar de vraag of deze toenemende zakelijke interesse in een krimpende markt de documentaire filmcultuur zelf ten goede zal komen. Producent Paul Pauwels, vanaf halfweg 2013 directeur van het European Documentary Network: ‘Vandaag is het allemaal marketing en marktaandeel waarover gedacht wordt. Zodanig dat het creatieve, het vernieuwende, het provocerende minder aan bod komt dan 10-15 jaar geleden. Er zijn veel meer productiebedrijven op de markt gekomen. Veel meer mensen voelen zich geroepen om als regisseur of producent in de documentaire te werken. En dat terwijl er minder middelen beschikbaar zijn, minder afzetgebied is – of in elk geval afzetgebied dat minder betaalt dan vroeger – en de concurrentie enorm toegenomen is.’

‘Festivals zijn prachtig en bewijzen inderdaad dat er belangstelling is. Kijk naar IDFA of Docville. Maar, eerlijk gezegd, is het een beetje preken voor de eigen kerk.' (Paul Pauwels)

Voor professionals spelen die festivals, zeker degene die zich in documentaires specialiseren, een belangrijke rol om een internationaal netwerk uit te bouwen. Toch waarschuwt Pauwels ervoor dat ze zich al te veel in zichzelf keren. ‘Festivals zijn prachtig en bewijzen inderdaad dat er belangstelling is. Kijk naar IDFA of Docville. Maar, eerlijk gezegd, is het een beetje preken voor de eigen kerk. We moeten vooral oppassen dat we ons niet laten opsluiten in festivals. Zo van: kijk, hier is wat geld. Toon jullie filmpjes maar in de zalen die we jullie gedurende een week ter beschikking stellen, maar laat ons dan in godsnaam met rust, zodat we de Hollywoodblockbusters die wel geld opleveren kunnen tonen.’

De steeds uitbreidende internationale festivalwereld moet zich vooral openstellen: ‘Het is een beetje hetzelfde als met productie: als men ophoudt met festivals te bekijken als het verzamelpunt van de happy few die elkaar op de schouders komen kloppen, kan ik daar alleen maar een voorstander van zijn. Maar we mogen niet blind zijn voor ons eigen falen. Hoe blij ik ook ben met de ontelbare festivals die overal georganiseerd worden, soms sta ik er toch een beetje meewarig naar te kijken omdat het altijd dezelfde mensen zijn. De festivals zijn ook een kleine wereld van ons kent ons. Maar als ze festivals inderdaad gaan gebruiken als een middel om mensen samen te brengen, om te tonen wat voor een schitterende ervaring het is om een documentaire op een groot scherm te zien, en vooral om een community te bouwen waarbij mensen vanuit het internetmilieu, het televisiemilieu en het cinemamilieu elkaar ontmoeten en in synergie nieuwe projecten kunnen ontwikkelen, dan kan ik daar alleen maar een voorstander van zijn.’

Een hedendaagse festivalwerking beperkt zich al lang niet meer tot de vertoningen tijdens het evenement zelf. Festivals zijn een heel jaar door in de weer. ‘Heel wat mensen uit de festivalwereld zijn vragende partij om uit die zaaltjes van 200 tot 500 man te breken en hun films ook op een andere manier bij het publiek te krijgen en andere initiatieven te ontwikkelen. Zodat mensen veel actiever met het medium omgaan.’

Docville.jpgIn Vlaanderen groeide Docville in bijna tien edities uit van de openingsweek in de programmatie van Cinema ZED (herfst 2005) tot een stevig ingebed festival. Docville cirkelt rond twee ideeën, die jaarlijks terugkeren: de auteursdocumentaire en het festival als spiegel van het wel zeer diverse documentaire landschap. In 2010 vatte de festivalfolder dat opzet zo samen: ‘Docville is een filmfestival dat trends en tendensen in de nationale en internationale documentaire filmwereld weerspiegelt, maar tegelijk een duidelijke focus legt op auteurscinema; cinematografisch sterke films met een mening, een visie.’

Het brede spectrum waarop Docville mikt, lijkt wel verpersoonlijkt in de twee gasten die tijdens de recentste edities naar Leuven afzakten. In 2012 sprak de bekende televisiemaker en personality Louis Theroux voor een bomvolle zaal, terwijl Nicolas Philibert – van het populaire Être et avoir (2002), maar ook van Retour en Normandie (2007) en Maison de la radio (2013) – het jaar daarop op aanzienlijk minder publiek kon rekenen.

Het lijkt erop dat Docville in de toekomst binnen die parameters scherpe keuzes zal moeten maken. Een jonge documentairemaker en vaste bezoeker tijdens de vorige editie: ‘Ik ben toch benieuwd welke kant Docville opgaat. Kunnen ze nog groeien? De publieksopkomst lijkt zowat z’n grens bereikt te hebben.’ En heeft een filmfestival ook geen retrospectief luik nodig?

Docville vulde eigenlijk de leemte op die het Gentse Viewpoint had gelaten. Ook dit documentairefestival ontstond vanuit een bioscoop, Studio Skoop. In negen edities van eind 1994 tot 2003 was Viewpoint, volgens het Fonds Film in Vlaanderen in 2001, 'bij de liefhebbers van documentaires en bij de Vlaamse documentaire cineasten […] een begrip geworden'.

'Met de digitalisering van een aantal culturele spelers sinds vorig jaar staat Vlaanderen nu waar Nederland in 2002 stond.' (Johan Van Schaeren)

Om zijn intrigerende programma’s samen te stellen rekende Viewpoint onder meer op curator Cis Bierinckx – later nog pleitbezorger van de creatief-activistische documentaire als artistiek directeur van de Beursschouwburg en samensteller van de ‘A look apart’-sectie van het filmfestival van Gent. Viewpoint kon de organisatie echter niet blijven bolwerken. Behalve de algemene filmfestivals met een kleine selectie documentaires zijn er ook nog – alle in Brussel – Filmer à tout prix, Millenium Documentary Film Festival of andere festivals die eerder thematisch geïnspireerd zijn: Festival des libertés, Festival du Film sur l’Art…

Een opmerkelijke rol binnen de documentaire filmcultuur in Vlaanderen is weggelegd voor twee festivals die zich toeleggen op korte films. Het Internationaal Kortfilmfestival Leuven (IKL), dat sinds 1995 bestaat, programmeert ook korte documentaires en gaf enkele edities een prijs voor beste korte documentaire. Sinds 2008 worden de VAF Wildcards er toegekend.

Het Gentse festival voor (kort)film, video en mediakunst Courtisane laat sinds 2002 het hokjesdenken varen en selecteert 'een staalkaart van uitdagend cinematografisch werk, wars van conventies, genres, disciplines en formats, vrij bewegend tussen langspeel- en kortfilm, documentaire en fictie, experimenteel en mainstream, cinema en beeldende kunst'.Het programma plaatst gevestigde namen naast nieuwe talenten, zowel nationaal als internationaal. Zoals het een hedendaags festival betaamt, is Courtisane het hele jaar door actief, onder meer via ‘Figures of Dissent: Cinema of Politics, Politics of Cinema’. Dit onderzoeksproject aan het KASK gaat vergezeld van een reeks lezingen en vertoningen die reflecteren op het discours en de filmische middelen van politieke cinema, al dan niet met documentaire inslag. Gasten als Pedro Costa, Avi Mograbi, Marcel Ophüls of Anand Patwardhan bewijzen dat cinematografische expressie zich niet laat binden aan categorieën als fictie of non-fictie.

Documentaire op aanvraag

Ook Fonk vzw, de organisatie achter Cinema ZED, IKL en Docville, tracht Paul Pauwels’ pleidooi voor festivals als open platformen in de praktijk te brengen. In navolging van IDFA on Tour – dat sinds 2012 ook Vlaanderen aandoet, in Cinema Zuid – presenteerde Docville on Tour een kleine selectie documentaire films op diverse locaties. In 2013 startte dan Dalton Distribution, als aanvulling op de bestaande distributeurs, die sporadisch enkele documentaires in portefeuille hebben, en de autodistributie – de verspreiding van documentaires door de makers en producenten zelf.

The Gatekeepers.pngJohan Van Schaeren, algemeen coördinator van Fonk vzw: ‘Het is nog vrij vroeg om al grote conclusies te trekken, maar het is allesbehalve evident. Wat betreft de distributie in de zalen dan toch. Die is niet zo gemakkelijk omdat er niet veel zalen zijn die dat type van film programmeren.’

Voor hun zaalrelease kunnen documentaires terecht in het culturele vertoningscircuit, een verzamelnaam voor verschillende typen zalen: de klassieke culturele centra, arthousecinema’s, gesubsidieerde bioscopen (bv. Cinema ZED, Art Cinema OFFoff en Cinema Zuid), musea…

Op dit vlak kruist de moeizame distributie van documentaires met de meer algemene problematiek van het Vlaamse arthousecircuit (zie de reeks over arthouses in Vlaanderen in Filmmagie nrs.578-586). Vlaanderen heeft geen bloeiend en wijd vertakt netwerk bioscopen meer en de arthouses in (centrum)steden kennen een terugval. Dit steeds schraler wordende bioscooplandschap zet de distributie onder druk van alle films, zowel fictie als non-fictie, die niet of veel minder kansen krijgen in de grote bioscoopcomplexen.

Ook de recente, deels gesubsidieerde digitalisering van kleinere vertoners is geen wondermiddel. Johan Van Schaeren: ‘In vergelijking met de ons omringende landen lopen we sterk achter. Op technisch vlak, maar zeker ook qua traditie en cultuur. Met de digitalisering van een aantal culturele spelers sinds vorig jaar staat Vlaanderen nu waar Nederland in 2002 stond. Stilaan kunnen we [met Dalton Distribution] aandacht besteden aan de permanente vertoners, maar er is nog een hele weg af te leggen. Al ben ik daar wel positief over gestemd. Ik denk dat het altijd maar beter zal gaan. Maar het zal nog een tijd duren.’

'Als je het per titel bekijkt, moeten we toch concluderen dat VOD groter is geworden dan dvd.' (Johan Van Schaeren)

Specifiek voor documentaire ziet Van Schaeren enkele tendensen die een alternatief bieden voor de meer traditionele distributie. ‘Autodistributie is zeer populair de laatste jaren in de documentaire sector. Dat heeft voor een groot stuk te maken met de digitalisering, maar gebeurt ook omdat producenten besluiten – wegens de afwezigheid van een distributeur in het landschap – dan maar zelf de film te verdelen. Recent zijn er een aantal successen geweest, met Verdwaald in het geheugenpaleis en recent nog The Sound of Belgium. Dat is natuurlijk allemaal bescheiden en een ander type van release dan wanneer een bioscoop een film dagelijks om 5 of 8 uur draait. Heel wat van de documentaire distributie in de zalen betreft eigenlijk evenementen in het culturele circuit. En dat gebeurt steeds meer, door ons, maar ook door producenten of door producentenvereniging Flanders Doc. Er zijn eigenlijk nauwelijks distributeurs voor documentaires uit Vlaanderen, daarom doen we het maar zelf.’

Naast een zalenrelease zet Dalton Distribution ook in op de verdeling van documentaires (en kortfilms) via dvd en Video on Demand. Vooral die laatste beleefde een opmerkelijke opmars. ‘Voor ons is 2013 het jaar waarin VOD ons meer opbrengt dan dvd’s. We zien daar dus echt wel een kantelmoment. De dvd-verkoop loopt wel, maar als je het per titel bekijkt, moeten we toch concluderen dat VOD groter is geworden dan dvd.’

Dalton Distribution werkt al samen met Telenet en wil de VOD-activiteiten nog uitbreiden. ‘VOD is een groot deel van de toekomst, denken we. We gaan daar alleszins nog verder in gaan. We zullen niet alleen bijkomende platformen zoeken en verdelen over een grotere regio dan de Benelux, maar we denken op termijn ook aan een eigen klein platform, complementair aan de andere, niet ter vervanging van de andere. Ik denk dat kleine, lokale VOD-platformen gaandeweg meer belang zullen krijgen. Bij iTunes en dergelijke grote platformen raakt lokale content immers vrij snel ondergesneeuwd.’

State of Play.jpgIn België lijkt Universciné sinds kort ook de Vlaamse markt meer te willen bespelen. Voor de VOD-website vlaamsefilm.be ging het onlangs een samenwerking aan met het VAF, de Vlaamse filmproducentenbond VFPB en Flanders Doc. In november 2013 liep alvast de actie ‘Documaand’, waarbij honderd documentaires (of dertig volgens de Nederlandstalige versie) voor 1 euro online te bekijken waren, met naast vrij recente internationale toppers als Raymond Depardon, Pedro Costa of Nikolaus Geyrhalter ook een uitgebreide selectie Belgische films, met opmerkelijk ook Au Nom Du Führer (Lydia Chagoll, 1977).

Daarnaast werkt Universciné werkt samen met het Brusselse documentairefestival Filmer à tout prix om enkele films uit hun selectie via VOD aan te bieden. De uitbreiding van VOD-initiatieven is een internationale trend en lijkt vooral invloed te zullen hebben op de distributie van moeilijker te verdelen films, zoals documentaires.

In zijn openingstoespraak op het Film Independent Forum 2013 verklaarde Ted Sarandos, hoofd aankoop bij Netflix: ‘Ons systeem is uitermate geschikt om mensen content aan te prijzen waar ze nog nooit van gehoord hebben en ze aan te zetten tot ontdekkingen. Netflix was, is en blijft het beste economische model om documentaires te distribueren. Daar zit het publiek voor documentaire films, daar worden deze films gezien. Je kunt de traditionele kanalen volgen en inzetten op de verkoop van cinematickets, dvd’s of downloads, maar je zult er nooit meer aan overhouden dan aan de license fee van Netflix.’

Sarandos liet recent heel wat ballontjes op over de toekomst van Netflix, inclusief plannen om documentaire films te gaan produceren en (exclusief) distribueren. Begin november 2013 verwierf Netflix alvast de vertoningsrechten op The Short Game (Josh Greenbaum, 2013), een documentaire over enkele 7-jarige golfers die de publieksprijs won op het Amerikaanse SXSW-festival, en The Square (Jehane Noujaim, 2013), een documentaire over de Egyptische revolutie die het tot publieksfavoriet schopte in Sundance en Toronto, en ondertussen meedingt naar een Oscar.

Voorlopig is nog onduidelijk of Netflix na Nederland binnenkort ook België zal betrekken in zijn internationale uitbreiding. Wel duidelijk is dat VOD-diensten de filmdistributie van de toekomst mee zal vormgeven. En lokale of meer specialistische initiatieven lijken daar zeker een plaats te kunnen opeisen. Zeker voor meer eigenzinnige auteursdocumentaires.

Niet iedereen is onverdeeld positief over onlinedistributie. 'Het blijft een problematische ruimte om films te bekijken.'

Zo biedt het VOD-platform Doc Alliance een steeds groter aanbod korte en lange documentaire films, inhoudelijk ondersteund door enkele van de meest interessante documentaire filmfestivals in Europa: CPH:DOX (Kopenhagen), Doclisboa, DOK Leipzig, FID Marseille, Jihlava IDFF, Planete + Doc Film Festival (Warschau) en Visions du Réel (Nyon). Territoriale restricties zorgen er wel voor dat bijvoorbeeld Congo River van Thierry Michel of Double Take van Johan Grimonprez (in tegenstelling tot zijn Dial H-I-S-T-O-R-Y) momenteel niet kunnen worden gestreamd of aangekocht in België.

Producent Visualantics – die een grote belangstelling aan de dag legt voor e-cultuur – ging voor de VOD-distributie van State of Play (Steven Dhoedt, 2013) in zee met de New Yorkse start-up VHX. Deze nieuwe speler omarmt digitale technologieën als middel om een rechtstreekse relatie tussen maker en kijker te creëren: “Wij stimulerenkunstenaars om hun werk te verkopen vanuit hun eigen websites, direct aan de fans.”

En VHX heeft een broertje dood aan geografische restricties, een werkwijze van traditionele distributeurs die 'oude beperkingen opleggen aan een nieuw landschap, waardoor de kijkers gefrustreerd achterblijven'. De makers van State of Play, een portret van enkele jonge Zuid-Koreaanse professionele gamers, stappen mee in dit verhaal: 'Wij geloven in de directe distributie tussen filmmakers en publiek. Zoals wijlen Howard Hughes het zou hebben gezegd: Het is de weg naar de toekomst.'

iDoc, youDoc, we(b)Doc

Niet iedereen is onverdeeld positief over onlinedistributie. Een jonge filmmaker-producent: 'Internet is een massamedium dat weliswaar erg vluchtig is, maar het is het communicatiemiddel van de 21ste eeuw.' Een andere jonge documentairemaker ziet zijn werk liever niet online vertoond: 'Het blijft een problematische ruimte om films te bekijken.' Kortom, de meeste filmmakers zijn pragmatisch en laten de keuze afhangen van het specifieke project: 'De reikwijdte van het internet is gigantisch. Ik gebruik het enkel voor werken die niet in aanmerking komen voor het festivalcircuit.' Of: 'Als de film wat ouder is, zal ik hem zeker online publiceren.'

Petrus the Roman.jpgZoals eerder aangegeven wil VRT inzetten op de digitalisering, maar voorlopig blijven de opties zeer beperkt (en het ‘Net gemist’-aanbod van de publieke zender is betalend). De Frans-Duitse cultuurzender Arte kan als voorbeeld dienen, met uitzendingen van documentaires in primetime en een uitgebreid digitaal luik. Na de uitzending van The Gatekeepers hield Arte die film zeven dagen beschikbaar via gratis VOD. In de webshop ArteBoutique is The Gatekeepers nog steeds aan te kopen als VOD of dvd. The Brussels Business kaderde Arte in een thema-avond met een debat over lobbying in Europa en een interactief webproject. Ook de Nederlandse publieke omroepen staan veel verder, bijvoorbeeld met het platform Holland Doc of de samenwerking tussen IDFA en VPRO.

Hoewel VRT een digitale surplus aanbood bij de reportagereeks Back to the USSR, blijft een myriade mogelijkheden onbenut, zowel voor actualiteitsprogramma’s, reportages als documentaire films. Philippe Van Meerbeeck, momenteel coördinator marktstrategie bij VRT: ‘We hebben eigenlijk een digitale achterstand van twee, drie jaar. Er zijn voorzichtige pogingen geweest, maar de productionele inspanning is niet min. De VRT heeft geen extra budgetten voor het online aanbod. Zoals de situatie nu is, wordt het online luik – behalve voor speciale projecten – nog niet mee gecalculeerd.’

Al weerklinkt bij de discussie over budgetten zelden de vraag naar een herschikking van de prioriteiten. Televisiekenner Huib Dejonghe, in zijn boek Van kijkvoer tot koopwaar: ‘De documentaire reportage of de documentaire film […] vindt hier een reden van bestaan, die wellicht het nauwst met een van de grote opdrachten van het medium televisie verbonden is. En misschien wel een van de basisopdrachten is van de openbare omroep.’

Filmen is de wereld een beetje willen veranderen, tonen wat niet makkelijk getoond wordt. Documentaire is een manier van leven, een ervaring, een gezindheid, een attitude…

De diverse digitale en online ontwikkelingen hebben natuurlijk ook een impact op de artistieke praktijk. Van Meerbeeck: 'Ik zie twee grote uitdagingen verbonden aan de digitalisering: nieuwe vormen van verhalen vertellen en nieuwe businessmodellen – en daar zijn we nog niet uit.' Wat de productie betreft ziet Van Meerbeeck, als lector documentaires voor het VAF, een toename in de gevraagde budgetten: ‘Het niveau van de aanvragen gaat echt naar boven, zowel productioneel als inhoudelijk. Nu moeten er echt keuzes gemaakt worden, de geldpot is dan ook niet eindeloos diep. Maar voor vele documentaires zijn de budgetten opgeblazen. Ze kosten veel te veel. Op die manier snijden ze ook in hun eigen vlees, want omroepen leggen niet meer geld op tafel dan vroeger, integendeel.’

Voor sommige projecten zou de webdocumentaire een oplossing kunnen bieden: ‘Bij niet-goedgekeurde projecten suggereer ik vaak om er een webdocumentaire van te maken. Waarom niet online gaan als je net tekortschiet voor een lineaire documentaire van 50 minuten maar wel boeiende stof hebt? De kostprijs is een fractie. Er zijn veel mooie verhalen die te klein zijn voor een klassieke documentaire, maar wel interessant genoeg om online te zetten.’

De digitale achterstand bij distributie en televisie is grosso modo ook terug te vinden bij creatie. Wel werken initiatieven als iDrops en WebDox rond digitale innovatie. En via de categorie FilmLab van het VAF konden documentairemakers Jean-Baptist Dumont en Laurent Van Lancker respectievelijk de interactieve projecten Where is Gary? en Diwans.org lanceren.

Because We Are Visual.jpgVerder zijn er nog reflecties op nieuwe media en digitale cultuur in onder meer het visuele essay Because We Are Visual (Gerard-Jan Claes & Olivia Rochette, 2010), het installatiewerk YouTube me and I tube you (Johan Grimonprez, 2010) en de videobrief Dear Steve (Herman Asselberghs, 2010). In die laatste wordt een Macbook Pro-laptop ontmanteld, en daarmee ook de idealistische retoriek van Apple. Een andere terugkaatsing van de schijnbare transparantie in de populaire digitale cultuur is Speech Act (Herman Asselberghs, 2011), die de filmmaker via een analyse van James Camerons Avatar opvoert als filmcriticus en performer (gespeeld door een acteur).

De pseudodocumentaire Petrus the Roman (Wayne Traub, 2012) is dan weer uitgesproken hybride: het is een artistiek zelfportret, een kunstenaarspamflet en een veelstemmige beschouwing bij geloof en mystiek, (artistiek) engagement en de hedendaagse beeldcultuur. Het is een persiflage met weerhaken die gebruikmaakt van diverse typen beelden, van animatie tot YouTube.

Deze voorbeelden gaan gezwind voorbij aan de categorieën fictie, documentaire en videokunst. Ze leveren een filmische vorm van kritische essayistiek, gaan een geëngageerde dialoog aan met de moderne beeldcultuur in een geglobaliseerde wereld.

Creatieve documentaires, die zich bij uitstek op het snijvlak van ethiek en esthetiek bevinden, vormen een vitaal onderdeel van de filmcultuur. Ze zijn speels en serieus, rigide en veelzijdig vormgegeven, prikkelend in expressie en inhoud. Een pleidooi voor een bruisende documentaire filmcultuur is niet anders te lezen dan een pleidooi voor een cinefiele cultuur en een engagement met de wereld.

Of zoals een korte montage uit de vaak eensluidende reacties van zowel ervaren als aanstormende filmmakers leert: filmen is de wereld een beetje willen veranderen, tonen wat niet makkelijk getoond wordt. Het is eigenzinnig en explorerend. Documentaire is een manier van leven, een ervaring, een gezindheid, een attitude…

Bjorn Gabriels is freelance redacteur en publiceert over film, literatuur en beeldende kunst.

Dit artikel is de slotaflevering van de reeks ‘Documentaire filmcultuur in Vlaanderen’, gerealiseerd voor Filmmagie met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

logoFondsPascalDecroos.jpg

logofilmmagie_0.png